Allalinhorn – makkelijke vierduizender?

Wikimedia, AllalinhornFeiten
»Gelegen: Wallis, Zwitserland
»Hoogte: 4027 meter
»Eerst beklommen door: F-J Andenmatten, E.L. Ames
»Jaar: 28 augustus 1856

 

 

De Allalinhorn is gelegen in de Mischabel-keten en vormt de grens tussen het Matterdal en het Saasdal, samen met de Strahlhorn en Alphubel. Deze grote buren zijn bekender en uitdagender om te beklimmen. Wanneer je echter eenvoudig kennis wenst te maken met de Alpen en dan ook direct een vierduizender wil beklimmen is de Allalinhorn een goede keuze. Een andere goede keuze is de Gran Paradiso in het Valsavarenche. Lees verder Allalinhorn – makkelijke vierduizender?

Lötschental – Wallis

 

Het Lötschental is een lang zijdal van het Rhônedal in het Zwitserse kanton Wallis, aan de noordzijde van de Rhône. Het Lötschental begint bij Gampel op 640m hoogte en loopt op tot 1300m bij Goppenstein. Hier is het dal betrekkelijk smal. Met de auto loopt de weg over de oostelijke rand van het dal en klimt in eerste instantie ver boven de dalbodem uit. Vanaf Goppenstein klimt de weg gestaag verder. Vlak voor Ferden ligt een klein stuwmeer, waar de weg aan de linkerkant omheen slingert. Vanaf hier ben je “echt” in het Lötschental.

Lees verder Lötschental – Wallis

Berninapas: Sankt Moritz naar Tirano

Bernina pas: feiten
»Van: Punt Muragl(CH) naar Tirano (I)
»Hoogte: 2312m
»Winterafsluiting: nee
»Stijgingspercentage: 7.5%
» Lengte: 52km

De Berninapas ligt in Graubünden, in het oosten van Zwitserland en verbindt het Ober-Engadindal met Italië. De Berninapas is voltooid in 1910 en vooral bekend van de nabijgelegen spoorbaan. De Berninapas is in de zomer zeer populair bij toeristen en vormt de kortste route van Sankt Moritz naar Tirano. De Berninapas is het gehele jaar geopend (behoudens weersomstandigheden). Lees verder Berninapas: Sankt Moritz naar Tirano

Ontstaan van gebergten

Geen berg is hetzelfde en het zelfde geldt voor de gebergten waar ze deel van uitmaken. Er zijn diverse soorten gebergten met diverse steensoorten en klimaattypes. Over het algemeen maken we een onderscheid tussen jonge gebergten en oude gebergten. In Europa zijn de Alpen en de Pyreneeën goede voorbeelden van jonge gebergten.

De Alpen en Pyreneeën zijn ontstaan door het botsen van Italië en Spanje tegen het Europese vaste land. De krachten die hier mee gepaard gaan dwingen de aardkorst omhoog, waarbij plooiingen ontstaan. Hoe sneller deze botsing plaatsvindt, des te steiler is het gebergte. Uiteraard speelt ook de grootte van deze zogenaamde aardschollen een rol. Deze factoren tezamen bepalen de hoogte en karaktereigenschappen van het gebergte. Zo is de Himalaya hoger dan de Alpen. De massa van India, welke tegen de Euraziatische plaat aanbotst, is groter dan Italië wat tegen dezelfde plaat aanbotst.

In de bergen kom je ook regelmatig kalkrotsen tegen. Vroeger maakten die bergen deel uit van de zeebodem of een rif. De hardere steensoorten zoals graniet maakten waarschijnlijk deel uit van de aardkorst zelf. Graniet is minder vatbaar voor erosie dan kalkrotsen. Dit is tevens de reden waarom je vaak graniet tegenkomt in steile rotswanden: de kalkrotsen zijn al opgelost in de regen of rivier.

Een andere karaktereigenschap van een jong gebergte zijn de steile pieken en diepe dalen. Erosie (de afbraak van de bodem als gevolg van weersomstandigheden, zwaartekracht, rivieren en gletsjers) heeft minder tijd gehad om vat te krijgen op een jong gebergte.

Een heel ander type gebergte zijn de zogenaamde oude gebergten, al hebben deze vaak dezelfde ontstaanswijze. Deze zijn overal in Europa te vinden: het Spaanse hoogland, Centraal Massief, Apennijnen, Reuzengebergte, Duitse middelgebergten, Schotland en het Scandinavisch Hoogland. Deze zijn al honderden miljoenen jaren oud en hebben veel te lijden gehad van erosie.

Kenmerken zijn de afgeronde toppen die je vaak tegenkomt in deze gebergten en relatief vlakke dalen die vaak ook breed zijn. In gebieden met veel zachte rotsen, zoals bijvoorbeeld in de Gorges du Verdon in Frankrijk worden kloven uitgeslepen door de rivieren. Daar waar de rotsen hard zijn zullen vaker hoogvlaktes gevormd worden, zoals in Noorwegen het geval is.

Er zijn echter destructievere krachten die op de rotsen in kunnen spelen waardoor zich toch kloven vormen. Dit is ook in Noorwegen het geval: door de noordelijke ligging waren de gletsjers in de ijstijd enorm. Deze hebben zich een weg gedrongen door de gebergten en hier diepe en soms brede fjorden uitgeslepen. De diepste fjorden zijn meer dan 1200 meter diep, terwijl de bergen aan de randen hiervan wel 1800 meter hoog kunnen zijn. Bovenaan deze bergen liggen vaak uitgestrekte hoogvlakten, zoals de Hardangervidda of het Finnmark-plateau.

De Duitse middelgebergten zoals de Harz, Rothaargebirge, Sauerland en Eifel vormen samen met de Ardennen en Vogezen het traditionele binnenland van Europa en behoren tot de oudste gebergten ter wereld. De Ardennen en de Eifel hebben ook een vulkanische oorsprong, evenals het Centraal Massief in Frankrijk. De erosie die in deze oude gebergten plaats heeft gevonden hebben Nederland, Vlaanderen en Noord-Duitsland gevormd, maar er ook voor gezorgd dat de Noordzee tussen Nederland en Engeland vrij ondiep is. Feitelijk is dit deel van de Noordzee een voortzetting van het laagland waarvan Nederland deel uitmaakt. In de vorige ijstijd bestond de Noordzee ook nog niet, omdat destijds de zeespiegel veel lager lag.

Een andere vorm van gebergten zijn vulkanen. Voorbeelden hiervan zijn de Etna op Sicilië of de vulkanen van IJsland. Iedere vulkaan heeft zo zijn eigen karakteristieken en vormt een unieke berg. Een van de bekendste vulkanen is de Pico del Teide op Tenerife, welke de hoogste berg van Spanje vormt. Ook de Vesuvius, Mount Fuji en Mount St. Helen zijn bekende vulkanen. Vulkanen groeien soms nog aardig aan. De Etna bijvoorbeeld groeit nog altijd door, waardoor Sicilië steeds groter en hoger wordt. Ook IJsland en sommige Hawaiian eilanden groeien nog altijd als gevolg van de vulkanische activiteit.

Gletsjers in Noorwegen dit jaar flink gekrompen

31 oktober 2018

Niet alleen in Nederland was het een zeer warme zomer; ook in Noorwegen was het zeer warm gedurende een zeer lange periode. Warm en droog. De droogte is in het westen van Noorwegen spectaculair ten einde gekomen: er viel in de maanden augustus, september en oktober op sommige plekken bijna 2000mm neerslag – ruim 2,5 keer zoveel als bij ons in een heel jaar.

Lees verder Gletsjers in Noorwegen dit jaar flink gekrompen