Courmayeur | Val d’Aosta

Feiten
»Gelegen: Val d´Aosta, Italië
»Aantal inwoners: 3.000
»Hoogte: 1224m (centrum)
»Bijzonderheden: Courmayeur is oorspronkelijk Franstalig, tegenwoordig spreekt men voornamelijk Italiaans

Vlak boven Courmayeur

Gelegen aan de voet van het Mont Blanc-massief, aan het eind van het Val d´Aosta ligt het (oorspronkelijk) Franstalige dorpje Courmayeur. In tegenstelling tot veel andere toeristenoorden in de Alpen, zoals Val d´Isere en Sestriere, is Courmayeur niet gebouwd voor het toerisme – al is dit wel de voornaamste bron van inkomsten.

Courmayeur is al eeuwenlang een klein stadje, met vroeger een strategische ligging onderaan de Mont Blanc, waar het Val Ferret en Val Veny samenkomen. Hierdoor heeft Courmayeur een charmant centrum en is het een zeer populair skigebied, waar het aan te raden is om minimaal 9 maanden van tevoren je hotel te boeken, ondanks de keuze van 22 hotels. Maar ook in de zomer is Courmayeur een populaire bestemming met ook veel doorgaand verkeer richting Chamonix (F) en Turijn (I) vanwege de Mont Blanc-tunnel.

Vlakbij Courmayeur ligt het gehucht La Palud, waarvandaan de kabelbaan naar Punta Helbronner (3462m) vertrekt. Vanaf Punta Helbronner kan je ook de oversteek maken naar de Franse Aiguille du Midi (met een kabelbaan). In Courmayeur komen ook de Dora di Veny en Dora di Ferret bij elkaar en vormen vanaf hier de gletsjerrivier Dora Baltea, ook wel de Colorado van Europa genoemd. Zo dicht bij de oorsprong zijn er nog geen enkele temmende ingrepen in de loop van de rivier geweest, waardoor deze hier bijzonder onstuimig is. Dit maakt de Dora Baltea tot een uitermate geschikte rivier voor hydrospeed, raften en wildwater-kanoën. Later wijzigt de naam in “Po” en stroomt verder de Po-vlakte op.

Vanuit Courmayeur kan je ook de Mont Blanc (hier: Monte Bianco) beklimmen of een flinke uitstap maken naar de Grandes Jorasses boven Val Ferret. Je kunt de bus nemen die je richting Rifugio Elisabetta brengt, richting de Col de Seigne (naar het zuiden) of de bus het Val Ferret in, met als uiterste bestemming een parkeerplaats aan de voet van de Col Ferret. Vanaf hier is het een kleine 2 uur lopen naar Rifugio Elena of Walter Bonatti.

Grandes Jorasses vanaf Rifugio Walter Bonatti
Grandes Jorasses vanaf Rifugio Walter Bonatti

Direct vanuit Courmayeur kun je ook omhoog lopen naar Rifugio Bertone. Bertone biedt een prachtig uitzicht op de Mont Blanc.

Rifugio Bertone boven Courmayeur, met Mont Blanc op de achtergrond.
Rifugio Bertone boven Courmayeur, met Mont Blanc op de achtergrond.

Ook is Courmayeur zeer geschikt voor (langere) mountainbike-tochten, met de diverse kabelbanen omhoog of gewoon door de omliggende valleien en bossen.

Courmayeur is een belangrijke tussenstop tijdens de Tour du Mont Blanc. Pizzeria Le Tunnel (in het centrum) serveert volgens eigen zeggen de grootste pizza’s van Italië. Of ze de grootste zijn weet ik niet, maar lekker zijn ze wel.

Wat eet je eigenlijk op een meerdaagse trektocht?

Laten we ten eerste bepalen om wat voor soort trektocht het hier gaat. Voor een huttentocht neem je doorgaans geen eten mee (behalve een snack voor onderweg). Ik ga er in het onderstaande verhaal dus vanuit dat het hier gaat om een meerdaagse tocht, overnachting met tent en koken op een gas- of benzinebrander. Hierbij nemen we voor ongeveer 3-5 dagen eten mee, wat voor de meeste wandeltochten in Europa voldoende is.

OK – Maar wat neem je nou mee?

Je zult dagen lang sleuren met de zware rugzak, totdat je weer een winkel tegenkomt. Het gewicht is dus zeer belangrijk: gedroogde maaltijden en hoogcalorische maaltijden zijn het devies! Er zijn diverse soorten gedroogd maaltijden te krijgen, bij gespecialiseerde buitensportzaken maar ook in de supermarkt of Action. Pasta’s, rijst, soepen, eenvoudige gerechten. Ik kijk altijd naar de voedingswaarde per 100g. Soepjes vallen dus af, althans als volledige maaltijd. Ik neem echter wel altijd een soepje mee: het vult aardig en vult de verloren zouten goed aan.

Maar laten we dit iets nauwkeuriger bekijken, namelijk per dagdeel:

Ontbijt: water met havermout (brinta, erg licht en het vult goed) en melkpoeder. Water haal ik meestal uit de bergrivier en ik doe hier een aantal druppeltjes Hadex Care Plus in. Dit zijn desinfectiedruppeltjes (chloor) en maakt enkel bacterien en virussen dood – geen eencellige organismes. Als het water sterker vervuild is moet je een filter gebruiken! Neem hierbij nog een pakje “hartkeks” (125g, 541kcal) Het ontbijt is op deze manier ongeveer 175 gram (drooggewicht).

Lunch: vrijwel altijd bij een berghut en neem ik niet mee. Ik neem crepes mee voor als er geen berghut voorhanden is. Pakje weegt 200 gram en bevat ~1200 kcal.

Tussendoor: ik neem altijd een flinke zak studentenhaver of nootjes mee. Dit loopt tegen de 700kcal per 100 gram en met een zak van een halve kilo heb je dus genoeg calorie beschikbaar voor een goede dag (als je alleen noten zou eten).

Avondeten: gevriesdroogde rijst of pasta, zakje soep. Dit is nog eens 150 gram per dag. In deze zakken kun je kokend water gieten, even laten staan en opeten. Let op dat dit slechts 600kcal per maaltijd zijn. Neem echter ook lekker een toetje mee: 70 gram per zakje en nog eens 300kcal.

Met bovenstaande indicatieve waardes heb je het volgende per dag:

Ontbijt: 800kcal | 175 gram * 3 dagen
Lunch: Zelf regelen | 1 pak crepes “noodgeval” 200 gram

Tussendoor: 800kcal | 500 gram (voor 3 dagen)

Avondeten: 900kcal | 220 gram * 3 dagen

Totaal energie: ongeveer 3000kcal per dag
Totaal gewicht: 1900 gram, plus in mijn geval nog poederkoffie (Nescafe Gold)

Hoe zwaar wordt mijn rugzak dan?

Het staat als een paal boven water dat rondtrekken en voorzien in je eigen eten en tent een grote impact heeft op het gewicht van de rugzak. De tent, slaapzak en mat wegen natuurlijk al een paar kilo, maar ook de brander, pan, brandstof en de maaltijden. Al met al schat ik dat zelf koken 4kg extra gewicht met zich meebrengt en rondtrekken met rugzak, tent en maaltijd in total 8kg zwaarder is dan een huttentocht.

Tientallen doden door moesson in Nepal

De moesson kost ieder jaar levens in Nepal en India, zo ook dit jaar. Beelden van overstromingen in Kathmandu in het centrum van het land, maar ook in berggebieden verder naar het oosten en iets naar het westen zijn getroffen.
De moesson start traditioneel in het oosten en trekt naar het westen. Feitelijk is de moesson een trog van lagedruk die ontstaat boven het Tibetaanse hoogland: de temperatuur boven de hooglanden loopt hoog op en hierdoor ontstaan er stijgende luchtstromen. Die stijgende lucht is lagedruk en zuigt warme, vochtige lucht aan vanaf India en de Indische oceaan en golf van Bengalen. De Himalaya dwingt de lucht om op te stijgen en te condenseren: regen en in het hooggebergte sneeuw is het gevolg.
Helaas lijdt dit fenomeen dit jaar al tot 47 doden en heel veel andere ellende.

Aanzienlijke hitte in de Alpen en Pyreneen

Het kan je nauwelijks ontgaan zijn: Europa zucht onder een hittegolf die nauwelijks gekend is – en zeker niet zo vroeg in het jaar. Vandaag is het juni-record verbroken in Frankrijk. Dit record was 41.5C en vandaag is op maar liefst 3 plekken dit record verbroken met als absolute topper Montclus in het zuid-oosten van Frankrijk.
Ook in Italië was het heet, met in Aosta 40C. Een opmerkelijke waarde, als je bedenkt dat Aosta op bijna 600m hoogte ligt. Het vorstniveau ligt momenteel dan ook rond de 5000m, wat inhoudt dat het zelfs boven op de top van de Mont Blanc niet vriest. Op deze hoogte is nauwelijks sprake van een dagelijkse gang in temperatuur, waardoor het ook in de nachten dooit. Sneeuw verdwijnt momenteel razendsnel uit het hooggebergte. Voorlopig lijkt de warmte (in afgezwakte vorm) nog wel aan te houden en is er in ieder geval geen sprake van een echte verandering.
Op de Grossglockner in Oostenrijk is inmiddels ongeveer 60% van de wintersneeuw van het gletsjeroppervlak gesmolten. 60% wordt door gletsjeronderzoekers aangehouden als grens bij welke een gletsjer groeit of krimpt. Dit houdt in dat zolang 60% bedekt is met sneeuw, een gletsjer netto niet afsmelt. Deze waarde is nu (volgens mijn inschatting, zie hieronder een screenshot van de webcam ter plaatse) reeds bereikt, met nog 3 tot 3,5 maand smelt te gaan. De relatief donkere foto is van zojuist (27 juni, 19:30), de andere foto is van 24 juni. Hier heeft de hitte relatief veel meer impact. Daar waar het op de top van de Mont Blanc ongeveer 2 graden boven 0 is, geldt dat het op de Grossglockner bijna 10 graden boven 0 is: de Grossglockner is immers ruim 1000 meter lager dan de Mont Blanc en bijgevolg is dat het daardoor ook ruim 6 graden warmer is. Ook in Oostenrijk ligt de vorstgrens namelijk royaal boven de 4500 meter (een fractie koeler dan in Frankrijk), maar de top van de Grossglockner is van rots en de Mont Blanc van ijs, wat op zichzelf al een stuk opwarming voorkomt.
De komende weken en maanden hou ik het in de gaten – het blijft boeiend, al zit niemand te wachten op het verdwijnen van gletsjers of het optreden van landverschuivingen zoals in eerdere warme zomers.


Warme zomermaand: impact op een gletsjer

Al eerder heb ik een artikel geschreven over hoe snel sneeuw smelt. Hieruit blijkt dat hier niet zomaar een eenduidig antwoord op te geven valt. Afgelopen maand was het echter ontzettend warm in vrijwel het gehele Alpengebied. Deze week ligt het vorstniveau rond de 4600m in Oostenrijk en tot 5000m in Frankrijk. In de dalen is het op grote schaal ruim 30°C.

Dit leidt tot het ontzettend snel smelten van sneeuw. Hieronder een foto van de Grossglockner en Pasterze-gletsjer op 1 juni. Tevens een foto van de situatie vandaag, 24 juni 2019. Het is een screenshot van de website Grossglockner.at en dus net niet hetzelfde punt. De verschillen lijken me wel duidelijk.

De Grossglockner en Pasterze-gletsjer op 1 juni 2019
De Grossglockner en Pasterze-gletsjer op 1 juni 2019

Duidelijk te zien is het zwarte puin op de gletsjer, welke aan het begin van de maand nog grotendeels bedekt was door sneeuw. Dit puin geeft ook de modderige kleur aan het water. Omdat het water niet wegstroomt van de gletsjer (het wordt door een stuw tegengehouden) stroomt ook de modder niet weg. In de bovenste foto was er nauwelijks nog sprake van smeltwater en was het water blauw van kleur.

Jorasses Gletsjer

Op de flanken van Punta Whymper, één van de pieken van de Grandes Jorasses ligt onderstaande gletsjer. Deze wordt gevoed vanaf ongeveer 4200m hoogte maar heeft geen “accumulatie-bekken”. De terminus (het laagste punt) ligt rond de 3700m hoogte. Onderstaande foto’s geven een beeld van hoe deze gletsjer er uit zag op 10 juli 2018, 22 oktober 2018, 15 mei 2019 en 24 juni 2019.

22 oktober was de laatste dag van de Alpenzomer: hierna viel er sneeuw. Op 15 mei is (naar mijn inschatting) de maximale wintergrootte bereikt: het koel en nat tot dat moment. Hierna is de zomer begonnen in de Alpen.

Punta Whymper, 10 juli 2018
Punta Whymper, 10 juli 2018
Punta Whymper, 22 october 2018
Punta Whymper, 22 october 2018
Punta Whymper, 15 mei 2019
Punta Whymper, 15 mei 2019

De verschillen lijken niet zo groot, al tonen ze mijns inziens wel goed aan dat een gletsjer een “levend wezen” is. De terminus ziet er iedere keer anders uit. Deze gletsjer heeft geen echte ablatiezone, de zone waarin het smelt aan de tong. Normaal gesproken ligt de 0-gradengrens onder de terminus. Het korter worden van dit type gletsjer vind dan ook met name plaats door het afbrokkelen van ijs en het wegsmelten van het hele sneeuwdek, zoals typisch is voor hanggletsjers.

Te zien is dat aan de randen het sneeuwdek verdwenen is. De komende week ligt de 0-gradengrens rond de 5000(!) meter in dit gebied, wat zal leiden tot een uiterlijk zoals dat te zien is op de foto van 10 juli 2018: gesmolten sneeuw aan de randen en het zichtbaar worden van de breuk op 2/3 van de gletsjer. Wat nu al te zien is, is het feit dat de terminus de rotsen nauwelijks nog bereikt:

Ook is duidelijk te zien dat de terminus “minder massief” is geworden. Linksboven is een groot stuk volledig verdwenen en lijkt de gletsjer in zijn geheel minder verticaal ontwikkeld te zijn. Uiteraard is het te eenvoudig om bovenstaande feiten af te schuiven op klimaatverandering: in de eerste plaats worden ze veroorzaakt door het weer van nu en de hoeveelheid sneeuwval.

Die zijn echter wel sterk beïnvloedt door de klimaatverandering: ondanks een zeer sneeuwrijke winter zien we nu al dat de gletsjers er slechter voor staan dan vorig jaar een ruime 2 weken later – toen er ook een zeer warme zomer aan de gang was en een sneeuwrijke winter aan vooraf ging.

De komende zomer zal ik dit in de gaten houden en waar nodig aanvullingen plaatsen.