Grindelwald

Grindelwald. Een prachtig dorpje, mooi gelegen in het Berner Oberland en zeer goed bereikbaar. Vanuit Grindelwald heb je een fantastisch uitzicht op de Eiger, Mönch en Jungfrau. Althans, zoveel is mij verteld. Want ik ben er wel geweest vorig jaar, maar het was hartstikke bewolkt…

Pfingsteggbahn, aan het eind van het dorpje Grindelwald
Daar boven liggen prachtige bergen. Dit is een blik richting de Gletscherschlucht, met een piepje van de Klein Fiescherhorn door de wolken

Grindelwald is zeer toeristisch, zoals vrijwel alle dorpen hoog in de Alpen. Het dorp is bereikbaar per trein vanuit Interlaken. Let op dat dit niet de trein is naar de Jungfraujoch: die loopt via Lauterbrunnen en niet via Grindelwald.

Het toeristische karakter van Grindelwald heeft zijn positieve en negatieve kanten. Er is veel informatie verkrijgbaar in het centraal gelegen toeristencentrum en er zijn diverse kabelbanen die de bergen in gaan (zowel in de winter als in de zomer). Recentelijk (vorig jaar, 2020) is de Männlichen kabelbaan geopend (ongeveer 60 CHF per persoon). Hier heb je een prachtig uitzicht over Grindelwald en aan de andere kant op Wengen. Helaas was ook hier het weer niet top, en heb ik enkel foto’s met wolken er op.

Bovenop de Männlichen is een mooie speeltuin te vinden voor de kinderen. Vanaf het bergstation kun je nog een stukje verder klimmen naar het uitzichtpunt. Overige kabelbanen zijn oa. de Pfingsteggbahn. Hier is ook de zomerrodelbahn en is een populaire zomerbestemming.

Een tip voor bezoek aan Grindelwald: koop bij een langer verblijf de Grindelwald guest card. Hiermee kun je gratis alle lokale bussen gebruiken evenals het lokale binnenzwembad. Maar ook korting op de kabelbanen en lokale trein.

Er zijn ook nadelen aan het toerisme. Zo zijn de prijzen in dit soort dorpen vaak nog net iets “steviger” dan elders al het geval is in Zwitserland. Maar ook zijn er veel “dezelfde” winkels, met zakmessen en andere souvenirs. Gelukkig zijn er ook enkele leuke buitensportwinkels. Helaas verbazingwekkend weinig restaurants met terrasjes.

Campings in Grindelwald

Grindelwald heeft 3 campings direct en nabij het dorp: camping Gletscherdorf, camping Eiger Nordwand en Camping Holdrio.

Camping Holdrio omschrijf zichzelf als een “hondvriendelijke” camping. Het is een vrij kleine camping, met vooral tentplekken en weinig tot geen schaduw. Dit is op 1100 meter hoogte wellicht niet zo’n probleem en aan het begin van de avond zakt de zon achter de bergen in het westen.

Camping Eiger Nordwand biedt iets meer schaduw, maar heeft ook schaduwarme plekken op de kampeervelden. Deze camping is iets dichter bij het dorp gelegen.

Aan de andere kant van het dorp ligt Camping Gletscherdorf. Dit is een iets grotere, maar nog steeds kleine (minder dan 100 plekken) camping met iets meer schaduw.

Alle campings bieden een prachtig uitzicht!

Lac de Mauvoisin

Helemaal aan het einde van het Val de Bagnes in het Zwitserse kanton Wallis ligt het Lac de Mauvoisin. Dit stuwmeer is iets meer dan 2km2 groot en vangt het water op van een gebied dat meer dan 100km2 groot is. Belangrijke bergen die afwateren in het Lac de Mauvoisin zijn delen van de Grand Combin, de Tournelon Blanc (3707m), Mont Collon (via de Glacier d´Otemma), Pigne d´Arolla (3796m), La Ruinette (3875m) en Mont Blanc de Cheilon (3870m). Het meer is gelegen op een hoogte van 1960m en behoort tot de 15 hoogste stuwdammen ter wereld: de damwand is maar liefst 250m hoog.

Parkeren doe je aan het eind van het dal, aan de voet van de dam.


Het Lac de Mauvoisin heeft een grote aantrekkingskracht op toeristen en er lopen dan ook diverse wandelroutes rondom het meer. Verder boven het meer lopen meer uitdagende routes die eenvoudig uitgebreid kunnen worden tot meerdaagse tochten. Mooie meerdaagse tochten zijn onder andere te maken naar het Lac des Dix in het volgende dal. Dankzij het uitstekende openbaar vervoer in Zwitserland kun je altijd weer terug naar het dal waar je begonnen bent.

Aan het eind van het Val de Bagnes, ver achter het Lac de Mauvoisin ligt de berghut van Chanrion. De hut is geopend t/m 3 oktober, overnachtingen kosten 45CHF (halfpension).

Cabane de Chanrion, 2462m hoogte

Lauteraarhorn (4042m)

De Lauteraarhorn is met 4042m nipt een vierduizender. Maar is tamelijk afgelegen, en daardoor moeilijker bereikbaar. Het is relatief een oase van rust.

Feiten
»Gelegen: Berner Oberland, Zwitserland
»Hoogte: 4042 meter
»Eerst beklommen door: M. Bannholzer, P.J. Desor, Ch. Girard, A. Escher von der Linth
»Jaar: 8 augustus 1842

De Lauteraarhorn is één van de meest ongerepte vierduizenders van Zwitserland en zelfs van de Alpen. De Lauteraarhorn is erg afgelegen en de eerste hut kwam pas in 1976. Eén van de grootste uitdagingen van de Lauteraarhorn is dan ook de weg er naar toe. De route is lang (ongeveer 20km) en er moet flink gestegen worden. Dit betekent wel automatisch dat de gewone dagjestoeristen hier weg blijven en de omgeving een oase van rust is, zeker vergeleken met het drukke Grindelwald.

Aan de westzijde van de Lauteraarhorn ligt een omvangrijk gletsjergebied waar zowel de Eiger oost- en zuidzijde, de noordzijde van de Mönch en Klein Fiescherhorn hun ijs mee afvoeren, maar ook de westzijde van de Lauteraarhorn en de Schreckhorn. Vroeger reikten deze gletsjers tot aan Grindelwald en werd gestopt door de Gletsjerschlucht (letterlijk: gletsjerkloof).

Aan de oostzijde van Grindelwald kun je met de kabelbaan Pfingstegg naar boven. Vanaf daar is het anderhalf uur lopen naar Berghaus Bäregg. Vanaf daar is het nog 3-5 uur tot aan de Schreckhorn-hut van de SAC (Zwitserse Alpinisten vereniging). Voor deze hike heb je geen specifieke uitrusting nodig, maar je komt wel enkele ladders en kabels tegen.

Lees hier een excellent reisverslag van de hike tot aan de Schreckhorn-hut.

De hut die gebruikt wordt om de Lauteraarhorn te beklimmen is dezelfde als de hut voor de Schreckhorn. Tevens is er de Lauteraar-hut (2392m) en het Aar-bivak.

Gouden regels in de bergen

In de bergen of tijdens actieve (buiten)sporten geldt er altijd een aantal regels, waaraan je geacht wordt je te houden. Dit voor je eigen veiligheid, de veiligheid van anderen en het behoud van natuur, milieu en plezier. Niet alleen je eigen plezier, maar ook het plezier van anderen.

1. Ga bij twijfel over de weerscondities NOOIT de bergen in. Zorg dus dat je weet wat voor weer er in de verwachting staat, en wees voorbereid als het toch anders is.

2. Ga bij twijfel over je eigen conditie of die van anderen niet de bergen in. Zelfoverschatting is een bekend verschijnsel. Een route op een kaart lijkt vaak korter dan deze in werkelijkheid is: de kaart is vlak, de bergen niet. Een kilometer op een horizontaal vlak is bij een helling van 45 graden reeds 2km. En daar komt nog bij dat de korte knikjes & bochtjes niet op de kaarten staan, doorgaans.

3. Zorg dat je een basiskennis meteorologie hebt. Maw. zorg dat je enigszins weet wat voor weer er kan komen de aankomende 12 uur. Dit wijkt af van punt 1: als er slecht weer voorspeld is ga je niet. Maar als onderweg het weer omslaat, is het fijn om de tekenen te kunnen zien.

4. Check altijd omstandigheden bij de lokale bevolking. De lokale gidsen, herders of dorpsbewoners weten beter dan jij of er recentelijk nog lawines zijn geweest bijvoorbeeld.

5. Zorg dat je uitrusting compleet is. Dat betekent niet dat je alles mee moet zeulen wat je kunt bedenken! Maar wel dat je de basis mee hebt: wat warme kleding bijvoorbeeld, een fluitje, dekentje, EHBO-kit, kaart ed.

6. Prent de route in je hoofd. Zo weet je ongeveer waar je bent als het plotseling mistig is, maar ook waar je nog naar toe moet. Maar het maakt het ook veel leuker: tenslotte hoef je minder vaak te kijken waar je naar toe moet en of je niet dit pad al linksaf of rechtsaf moet.

7. Blijf bij plotseling opkomende mist op de plaats waar je bent! Je raakt namelijk volkomen gedesorienteerd en zult zeker verdwalen. Mist vind ik persoonlijk de op één na vervelendste weersomstandigheid. Alleen onweer in de bergen is nog erger…

8. Bij twijfel onderweg: keer terug!
Het is geen schande dat je omdraait…

9. Houd de omgeving schoon en houd het geluidsniveau beschaafd. Anderen willen ook genieten van de omgeving. Als je toch muziek wilt luisteren: doe oordopjes in, alsjeblieft. Ga ook niet naar elkaar roepen en schreeuwen, wacht gewoon tot je weer op gehoorsafstand bent. Tenzij in een noodsituatie, uiteraard.

10. Zorg voor voldoende eten en drinken onderweg. Met eten kun je nog wel gokken dat een hut open is, en er achter komen dat dit niet zo is. Vervelend, maar geloof me: je hebt reserves genoeg.
Met drinken is het vervelender: zelf zijn we wel eens zonder water komen zitten in hoog terrein. Het was net iets ten noorden van Bourg Saint Maurice, en we liepen een flinke ronde langs de Pierra Menta en Grande Parel. Aan de zuidoostkant, om precies te zijn. Oftewel: de lijzijde. En de lijzijde is de droge zijde. De westzijde en de noordzijde hebben sneeuw, riviertjes en meertjes. De oostzijde heeft dit allemaal niet. De hut (Le Refuge de la Balme – Tarentaise) was gesloten…En het was hartstikke warm. Eind juli, na een droge winter en hete zomer. Ons water was op. Natuurlijk hebben we het overleefd en was het niet meer dan “zeer oncomfortabel”. Maar het was wél te voorkomen door simpelweg een kilootje meer bagage mee te nemen.
Dit is hét risico in dit soort gebieden: te laag voor gletsjers (en dus niet zeker van riviertjes) en te hoog voor schaduw (want ver boven de boomgrens).

Barre des Ecrins (4102m)

© //www.i-voyages.net/, Barre des Ecrins, de meest zuidelijk gelegen vierduizender in de Alpen en met 4102m ook één van de eenvoudigste om te beklimmen

Feiten
»Gelegen: Savoie, Frankrijk
»Hoogte: 4102 meter
»Eerst beklommen door: M. Croz, C. Almer, A.W. Moore, H. Walker, E. Whymper
»Jaar: 25 juni 1864

De Barre des Ecrins is de meest zuidelijk gelegen vierduizender in de Alpen en ook naamgever van het Nationaal Park des Ecrins waarin het gelegen is. Binnen het Ecrins-massief liggen nog enkele zeer hoge bergen, zoals La Meije (3983m), Roche Faurio (3730m), Mt. Pelvoux (3914m) en een stuk of 20 andere pieken boven de 3500m.

Normaliter wordt de Barre des Ecrins benadert vanuit het dorp Ailefroide, op zo’n 1500 meter hoogte in het departement Hautes-Alpes. Ailefroide ligt aan de voet van de Mt. Pelvoux, die vanuit het dal steil omhoog rijst. Voor de Barre des Ecrins moet men eerst het einde van het dal bereiken, waar op zo’n 1950m hoogte de gletsjerstromen van de 2 gletsjers van de Barre des Ecrins samenkomen: de Glacier Blanc en de Glacier Noir.

De Glacier Noir is de meest zuidelijk gelegen gletsjer van de Barre des Ecrins en ligt onderaan de indrukwekkende zuidwand: deze is hier zo’en 1500 meter hoog. De Glacier Blanc is de grootste gletsjer, aan de noordoostzijde van de berg en vormt de normaalroute bij de beklimming. Op 2550m vind je hier de Glacier Blanc-hut, op 3170m de Caron-hut.

Deze normaalroute is technisch niet moeilijk en betekent vooral veel gletsjerwandelen en weinig grote problemen. De route is vrij lang, maar het uitzicht vanaf de top is magnifiek: wanneer het helder is kan men de Middellandse Zee zien. De rotsklimroute langs de zuidwand is er eentje voor extreme rotsklimmers, waar je zelf je route moet bepalen en over een gezonde dosis ervaring en uithoudingsvermogen moet beschikken.

Klimaat

De Barre des Ecrins ligt in het oosten van het massief en is daardoor goed beschut. Dankzij de zuidelijke ligging (110km hemelsbreed ten zuiden van de Mont Blanc) is het hier relatief droog en vaak stabiel weer, zeker als je het vergelijkt met bijvoorbeeld de Mont Blanc. De natste maanden van het jaar zijn mei (100mm in Grenoble) en september (142mm), februari en december zijn het droogst. Al met al heerst er een mediterraan klimaat, met weinig mist en relatief weinig neerslag. De zon schijnt hier vaker dan aan de Cote d’Azur!