Parc Naturel Régional du Vercors

Het regionaal Parc du Vercors, foto van Wikimedia

Feiten
»Gelegen: Isère & Drome, Frankrijk
»Oppervlakte: 1860km2
»Maximale hoogte: 2341m (Grand Veymont)
»Bijzonderheden:
3000km aan wandelpaden

Het regionale park du Vercors is gelegen tussen Grenoble en Die en vormt de voet van de Alpen vanuit het Rhone-dal in het westen. Typerend zijn de kalkrotsen die hoog boven de omgeving uit torenen. De zachte kalkrotsen hebben zich in de loop van duizenden jaren makkelijk uit laten slijten door wind, water en ijs en vormen diepe kloven en steile wanden. De Vercors is dan ook zeer populair bij (rots)klimmers.

Vanaf het westen gezien, kun je de Vercors enkel inkomen door kloven: Gorges du Nant, Gorges du Bourne en vele anderen. Dit maakt de entree naar de Vercors ruig en zeer de moeite waard.

Het gebied van de Vercors is ook in trek bij wandelaars: er is meer dan 3000km aan wandelroutes gemarkeerd, waarvan de langste (Vercors drômois) 682km lang is.
Het rotsklimmen is vooral in zwang geraakt in de jaren ´60 en door de aanwezigheid van de bekende Mont Aiguille. De laatste jaren is men vooral bezig met het uitzetten van eenvoudigere klimroutes.

Persoonlijk vind ik de Vercors ook zeer geschikt om te fietsen: het is er een stuk rustiger dan bijvoorbeeld in het relatief dichtbij gelegen Alpe d’Huez, maar de klimmen vanuit het westen zijn steil en lang en door de aanwezigheid van alle kloven vaak spectaculair.

Ook is men hier actief bezig met het promoten van de canyoning-mogelijkheden, een sport die hier tot op heden niet veel wordt uitgevoerd, ondanks de mogelijkheden. De Vercors is ook het centrum voor de Franse sledehondensport, die hier vroeger gebruikt werden in sneeuwstormen.

Flora & fauna in de Vercors

Het Parc Naturel Régional du Vercors geniet een grote bekendheid onder biologen vanwege de enorme verscheidenheid aan dieren en planten. Hier komen onder andere nog de Edelweiss en vale gier voor, maar ook gems, steenbok en moeflon. De moeflon is de voorouder van ons gewone schaap. Bij mannelijke moeflons kunnen de hoorns ruim 80cm lang worden.

Klimaat in de Vercors

De westkant van het massief van de Vercors staat het meest onder de invloed van het Atlantische klimaat en is het natst. De dalen aan de lijzijde van het massief (die in de luwte liggen van de overheersende westelijke stroming) zijn droger, zonniger en warmer. Het droogst is het richting Col de Rousset in het zuiden van de regio.
Dankzij de hoogte van het gebied, wat meestal royaal boven de 1000m ligt, valt er in de winterperiode geregeld sneeuw. In Villard de Lans (hoofdstad van de regio) zijn dan ook voldoende skipistes te vinden. Door de zuidelijke ligging is het een zonnig skigebied, maar is de sneeuwzekerheid een stuk kleiner dan in de hoger gelegen resorts verder naar het oosten.

Ook in de zomer is Villard de Lans zeer de moeite waard: er is veel horeca en gezelligheid te vinden in het compacte centrum. In het nabij gelegen Lans en Vercors vindt eind juli het “Fete de Bleu” plaats. Dit is een agrarisch festival welke met name bij de lokale bevolking populair is. Er is niet alleen blauwe kaas te vinden, maar ook walnoten, honing, andere regionale producten etc.

Nationaal Park de la Vanoise

Massif de la Vanoise. Foto van Wikimedia (Ymaup)
Feiten
»Gelegen: Savoie, Frankrijk
»Oppervlakte: 530km2
»Maximale hoogte: 3855m (La Grande Casse)
»Bijzonderheden: In 1963 was dit het eerste Nationaal Park van Frankrijk, opgericht ter bescherming van de steenbok

Het Nationaal Pak de la Vanoise is in 1963 gesticht nadat er een kleine 20 jaar over na is gedacht. In 1943 begonnen de Franse bergverenigingen druk uit te oefenen op de overheid om het gebied te beschermen. Aan de Italiaanse zijde van de grens bestond reeds sinds 1922 een nationaal park (Nationaal Park Gran Paradiso) en tezamen beslaan ze een oppervlakte van 1250km2. Samengevoegd zou dit het grootste nationaal park van West-Europa zijn, welke vooral gewijd is aan de bescherming van de steenbok en gems. Deze stonden na de introductie van het vuurwapen op uitsterven in Europa. Andere diersoorten in het park zijn hermelijn, uil en bergmarmot.

Het feit dat er bescherming nodig is voor de bijzondere natuur blijkt wel uit alle activiteiten aan de grens van het park: hier liggen Val d´Isere, Tignes, Val Thorens, Courchevel en Meribel, allen goed bekend vanwege de ski-faciliteiten. Zonder de beschermde status zou ongetwijfeld ook het centrale gedeelte van het park ten prooi gevallen zijn aan deze vorm van toerisme en alle problemen die dit met zich meebrengt.

Het centrale gedeelte wordt gedomineerd door gletsjers en hooggebergte. In het zuidwesten van het park ligt de Dòme de Larpont (3599m) en in het midden ligt de hoogste berg van het departement Savoie: La Grande Casse (3855m). In totaal zijn er 19 grotere gletsjers te onderscheiden en zijn er 15 pieken hoger dan 3500m. Er zijn in totaal maar liefst 50 berghutten te vinden in de Vanoise, waarvan er 19 eigendom zijn van het Nationaal Park zelf. Overnachten in deze berghutten (bivaks) kost ~15 EUR per nacht, in de particuliere hutten ~17 EUR. Kamperen en bivakkeren buiten de aangewezen terreinen is verboden evenals het maken van vuur.
Om de rust voor de dieren te bewaren zijn ook honden verboden (ook aangelijnd) en is het ook verboden om te fietsen of te paragliden in het park. Dit biedt echter weer het voordeel dat het hier rustig toeven is en een ideaal gebied is voor klimmers en hikers.

Door de relatief zuidelijke ligging is het in La Vanoise ook vaak goed weer. Het ligt enigszins geïsoleerd: ten westen van La Vanoise ligt de Chartreuse-bergketen, ten zuiden liggen de Ecrins en Queyras, ten noorden ligt het Mont Blanc-gebied en naar het oosten de Gran Paradiso en het gelijknamige nationaal park.

Bourg Saint Maurice

Feiten
»Gelegen: Savoie, Frankrijk
»Aantal inwoners: 7500
»Hoogte: 820m
»Bijzonderheden: bijna 30.000 bedden voor toeristen, directe verbinding met TGV naar Amsterdam, London en Parijs

 

 

Hoewel Bourg Saint Maurice zelf niet bijzonder hoog gelegen is (slechts 820m in het centrum), is de wintersport de belangrijkste bron van inkomsten. Veel bekende wintersportgebieden liggen in de buurt van Bourg Saint Maurice en zijn buitengewoon goed bereikbaar.

Maar ook in de zomer is Bourg Saint Maurice populair bij toeristen, een feit wat vooral te danken is aan de positieve aandacht van evenementen als de Tour de France en het grote aantal bergpassen die men hier kan bedwingen, veelal op de racefiets. Naar het noorden ligt de Cormet de Roselend (1968m), naar het oosten de Kleine Sint Bernard-pas (2188m) en naar het zuiden de Col de l´Iseran (2750m).

Neem de tijd om voor de top van de Cormet de Roselend rechtsaf te slaan, naar Les Chapieux. Hier ligt het prachtige Vallee des Glaciers, genoemd naar de Aiguille des Glaciers aan het eind van het dal. Dit dal is relatief ongerept en met een busje kun je naar het eind van het dal. Je kunt ook kamperen (of de camper parkeren) in Les Chapieux.

Verder profiteert Bourg Saint Maurice volop van de aanwezigheid van een TGV-station, wat zo diep in de Alpen een unicum is. Hiermee is het de belangrijkste aankomstplaats voor toeristen die verder reizen naar Val d’IsèreTignes, Les Arcs, La Rosiere, La Plagne en Sainte-Foy de Tarentaise.
Ook het kleine, knusse centrum van Bourg Saint Maurice draagt bij aan de aantrekkelijkheid, evenals de aanwezigheid van de grote supermarkten aan de rand van de stad.

In de zomer biedt de omgeving van Bourg Saint Maurice maar liefst 700km gemarkeerde wandelpaden, diverse routes voor mountainbikers en voldoende interessante toppen voor bergbeklimmers (zowel rotsklimmen als alpiene routes met gletsjers).
Guides des Arcs
Office du Tourisme Les Arcs/Bourg Saint Maurice

Andere pagina’s over de Savoie binnen OutdoorSpecial:
Tignes
Val d’Isère
Chambéry
Aix-les-Bains
Courchevel
Albertville
Nationaal Park de la Vanoise
Saint Jean de Maurienne

Tour du Mont Blanc

De Tour du Mont Blanc: een grote klassieke trektocht rondom de hoogste berg van de Alpen, door 3 landen: Frankrijk, Italië en Zwitserland. 11.000 hoogtemeters, over ongeveer 170km (over het algemeen) goed gemarkeerde wandelpaden. De beste periode om te reizen wordt online aangegeven als juni-september. Juni valt echter ten zeerste af te raden ivm. de grote hoeveelheden sneeuw die nog te vinden zijn op de route. Beter is eind juli t/m half september. In juli en augustus kan het echter erg druk zijn en het is aan te raden om dan alle hutten vooraf te reserveren. Update 2018: ook begin september is het nog noodzakelijk om vooraf te resereveren.

Een andere mogelijkheid is om niet te starten op een standaardvertrekpunt. Dit biedt echter geen garanties, dus ook nu is reserveren aan te raden. Doe dit ruim vooraf: er zijn delen langs de route waar je absoluut geen bereik hebt met je mobiele telefoon (Vallee des Glaciers bijvoorbeeld). Ook anno 2018!

Onze uitrusting bestond uit alles wat je kunt bedenken om te kamperen: een twee-persoons tentje, slaapmatjes, slaapzakken, benzine-brander, extra brandstof en maaltijden. Ook onvermijdelijke Haldex-druppeltjes om het zekere voor het onzekere te nemen met het rivierwater wat we zouden drinken. Het spreekt voor zich dat onze rugzakken dus een stuk zwaarder waren dan wanneer je een huttentocht zou maken! (Inmiddels heb ik deze tocht al 3x gemaakt overigens)

Startpunt bepalen en gaan

De Tour du Mont Blanc is, zoals de naam al suggereert, een ronde. Dit betekent dat je overal kunt beginnen. Veel mensen beginnen in Les Houches of Les Contamines-Montjoie. Er zijn verder diverse varianten, om de route al dan niet moeilijker of gemakkelijker te maken. Voor mijn Tour du Mont Blanc (TMB), die ik samen met mijn vader (58) gelopen heb in 2013, ben ik gestart op een parkeerplaats net boven Argentiere, langs de D1506 (Col des Montets). Deze parkeerplaats ligt op zo’n 1450 meter hoogte en leek ons een aardig uitgangspunt. We kwamen hier aan zo halverwege de middag en waren van plan om alvast een stukje te lopen. Dit hebben we dan ook gedaan: een redelijk steil pad leidde ons naar een hoogte van ongeveer 2000 meter. Gezien het tijdstip zijn we uitsluitend mensen tegengekomen die aan het afdalen waren: de berg was van ons.

Het was magisch: tegenover ons schitterde het Mont Blanc massief met al zijn witte pieken, groene bossen en glinsterende gletsjers. Marmotten, roofvogels en al snel kwamen we ook onze eerste steenbok tegen. Rechts van ons lagen de prachtige Lacs des Cheserys, links het dal van Chamonix. Een fantastisch begin! Onze eerste nacht hebben we wild gekampeerd bij een herdershutje. De grond was hier mooi vlak en het hutje bood wat beschutting tegen de wind, hoewel er van wind nauwelijks sprake was. Omdat ik nog niet al te handig was met mijn benzine-brander, begon het koken ietwat enthousiast met een beetje teveel benzine-druk en dus veel vlammen. De nacht was rustig, de eerste dag goed verlopen en alvast wat kilometertjes (5km) gemaakt.

Richting Les Houches

Dag 2, vroeg begonnen: de eerste volle wandeldag. Wij zijn gestart met wat koekjes en een slok Haldex-water. Altijd lekker en een duidelijk voedzaam ontbijt. We lopen een uur op vrijwel dezelfde hoogte richting de kabelbaan van “La Flegere”, waar de bekende ski-pistes van Chamonix naar beneden (en omhoog) gaan. Bij de lift hebben we ons ontbijt genuttigd, na een klein uurtje lopen. Bij La Flegere kwamen er heel wat toeristen omhoog met de kabelbaan, maar langs onze paden was het aardig rustig. Het pad blijft op dezelfde hoogte tot Planpraz, de volgende skilift.
Hier kun je prima lunchen, maar wel voor een flink tarief. Het uitzicht op de Mont Blanc en Aiguille Verte is prachtig, maar daar betaal je ook aardig voor! Een euro of 7 voor een portie friet. Om maar een voorbeeldje te noemen.
Na onze lunch lopen we verder, richting Le Brevent. De route gaat omhoog, steil, volle zon en later blokken velden. Je loopt door het natuurgebied “Aiguilles Rouges”, alwaar we al snel wederom steenbokken tegenkomen. De steenbokken zijn geweldig gecamoufleerd en jaloersmakend behendig op deze blokken velden. Ze zijn nieuwsgierig, niet schuw en moeilijk te zien op afstand. Hierna komen we bij de ladders. Voor zij die de route-gidsjes lezen en zich laten afschrikken door deze ladders: niet doen. Behendige mensen zullen ook zonder deze ladders eenvoudig boven kunnen komen en ze zijn niet erg lang.
Na deze ladders bereik je het hoogste punt van de dag, zo rond de 2500m hoogte. Vanaf hier is er een prachtig uitzicht over het Mont Blanc massief, het voorland van de Alpen en het Lac du Brevent richting het zuiden. Het onvermijdelijke zal echter moeten beginnen: de afdaling. De feiten: Le Brevent ligt op 2525m. Les Houches ligt onder de 1000m. De afdaling is dus ruim 1500m. En voor iedereen die dit vaker doet is dit bekend: Dat is een heel eind.
In eerste instantie begint de afdaling gemoedelijk, door het kale landschap. Na een kleine kilometer gaat het echter zeer steil naar beneden, tot aan Refuge Bellachat (2152m). Hier hebben wij een heerlijk colaatje genuttigd. De rest van de afdaling gaat door het bos, richting Les Houches.
In Les Houches hebben wij na een zeer lange dag (ruim 20km) onze tent neergezet op de camping in het dorp (2 sterren, goedkoop, lauwe douche).

De ladders bij Le Brevent in de Tour du Mont Blanc

Les Houches – Les Contamines Montjoie

Keuzes. Het leven bestaat uit keuzes maken. Gister hebben we feitelijk te ver gelopen, wat voor sommigen van ons een aardige aanslag was op de bovenbeenspieren – met name het afdalen.
Er zijn meerdere routes naar Les Contamines: de hoge route, via een hut ofwel een lagere route, met minder hoogte-verschil maar wel langer. We kiezen voor het laatste: minder ver afdalen, meer in het vlakke lopen.

Echter, nog een aantal tips voor het geval je zelf in Les Houches komt: de bakker zit in het dorp, de camping ligt 800 meter naar het zuiden. Je moet dus 1.6km lopen om brood mee te nemen, iets wat bijdraagt aan de toch al niet onaanzienlijke afstand van 170km. Tweede: vanuit Les Houches gaat de route na kabelbaan “Bionnassay” direct linksaf omhoog. Dit staat niet goed aangegeven op de markering. Er lopen er hier dus veel rechtdoor. Dat is leuk om te zien als je op het terras er tegenover zit en dat zelf al een keer hebt meegemaakt (zoals ik dus), maar niet als je nog kilometers af wilt leggen.

We zijn (na verkeerd gelopen te zijn), omhoog gelopen langs de skipiste, over het pad, door het bos en langs wat huizen. Dit pad is 1 van de steilste stukken van de Tour du Mont Blanc en ligt eerst in het bos, maar al vrij snel loop je volledig in de brandende zon. Vertrek dus vroeg om dit bloedhete stuk iets te veraangenamen. Op dit pad kwamen we iemand tegen die het leuk vond om op een eenwieler over mountainbike paden te rijden. Tsja.

Update 2018: het pad omhoog is nog altijd het vervelendste stuk van de Tour du Mont Blanc: het minst mooi, vreselijk steil…

Na het hete, steile stuk kom je bij een aantal berghutjes. Deze waren gesloten (begin september). Doorlopen dus voor een lunch, die we vinden bij het treinstationnetje van de Priaron-lijn. Een heerlijke tartiflette zal ons de komende uren de benodigde energie gaan leveren.
Feitelijk begint voor ons hier de afdaling (we nemen immers de lagere route), met wat ups – en downs. Moeilijk of steil wordt het nergens meer tijdens deze etappe. Uiteindelijk blijkt Les Contamines ons vandaag wel op ruim 20km te komen staan, mede door het verkeerd lopen in de ochtend. Een tip van flip: in het Parc des Loisirs vlakbij de camping van Les Contamines kun je heerlijk en zeer gezellig eten in het hoofdgebouw.

Les Contamines – Col du Bonhomme (2329m) – Col des Fours – Refuge des Mottets

Deze ochtend vertrekken we vanaf de camping in Les Contamines. Het begint ons stilaan op te vallen dat we diverse keren dezelfde mensen tegenkomen, waaronder de fietskoerier Mathieu uit Parijs met een bizarre conditie. Vanuit Les Contamines begint de route vrij eenvoudig richting Col du Bonhomme. Een prachtig stuk, wat langzaam het bos inloopt en waar het allengs steiler begint te worden, tot we uiteindelijk beseffen dat dit stuk bijna net zo steil is als het pad van gister. Na een poosje komen we bij een kerkje (uiteraard de Notre Dame genaamd). Na de kerk komen we boven de bomen uit en treffen we al rap de eerste sneeuwplekken. Schaduw is hier uiteraard niet meer en de Koperen Ploert verdeelt al zijn energie genadeloos over het prachtige landschap. Uitgestrekte alpenweides, nog een hutje met wat koude cola en weer verder.

Op de Col du Bonhomme waait het behoorlijk, wat een welkome afwisseling is op de eerdere hitte. Hier kun je kiezen: rechtdoor en afdalen naar het Val des Glaciers, of linksaf richting de Col des Fours (2664m). Als je rechtdoor gaat, moet je het volledige dal volgen om op hetzelfde punt uit te komen. Dit is op zich geen ramp: dit is wellicht het mooiste en meest indrukwekkende dal van de Alpen, onbedorven door vooruitgang. Er ligt een weg, maar die is alleen buiten de zomer te gebruiken door auto’s. In de zomer moet je hier met een (4×4) busje omhoog. Er is hier geen bereik met mobiele telefoons, geen hoogspanningsmasten, geen dorpjes: alleen schapen, steenbokken, gemzen en wandelaars. Alleen al de gedachte aan de pracht van dit dal maakt me emotioneel. Aangezien ik dit dal al eens in zijn geheel heb doorkruist onderweg naar Refuge Robert Blanc (2750m, aan de voet van de Aiguille des Glaciers), kiezen we voor de optie over de Col des Fours, het hoogste punt van de Tour du Mont Blanc.

Dit betekent dat er niet afgedaald hoeft te worden. In plaats daarvan gaan we linksaf en blijven we een hele tijd op dezelfde hoogte lopen. De route loopt langs blokkenvelden en tussen grote rotspartijen door. Dit is een goed moment om te recupereren: je legt een aardige afstand af, maar het gaat op z’n gemakje tot aan de Col de la Croix du Bonhomme. Hier staat ook het langste wandelbordje dat ik heb gezien in de Alpen: het lettertype is aangepast om op de standaardmaat te passen. Namelijk de route naar de Refuge de la Col de la Croix du Bonhomme. Een hele mond vol, maar we gaan er toch niet naar toe.

Vanaf hier begint het steiler te worden en droger. De route loopt naar het noorden, dus de zon staat pal op onze rug. Ondanks de hoogte van inmiddels ruim 2500m is het hier nu warm te noemen, vooral ook omdat de wind is gaan liggen. Bovenop de Col des Fours ligt nog een aanzienlijke hoeveelheid sneeuw. Vanaf de Col kun je nog een paar honderd meter omhoog lopen naar een uitkijkpunt. Dit is nog ongeveer 45min vanaf de Col en als je fit bent zeker de moeite waard. Wij weten echter dat het nog een heel eind is naar de hut en besluiten af te dalen.

De afdaling is een gruwel voor mensen die niet houden van afdalen over puinhellingen, maar het uitzicht is wel zo fantastisch dat dit de pijn al gauw doet verzachten. We zien nog een aantal steenbokken, hier zeldzamer dan in de Aiguilles Rouges waar we op de eerste dag doorheen liepen. Een moeder met een jong, denken we. De afdaling gaat tot 1700m (en is dus 960 meter lang). Vanaf het dal is het nog een uur naar de Refuge des Mottets. Dit is een echte Alpenhut zoals je die voorstelt: een grote capaciteit, gemeenschappelijke slaapzalen en eetzaal en een gezellig publiek met leuke tafelschikking. We genieten hier van onze welverdiende rust na wederom een dag tegen de 20km aan met 1500m stijgen en bijna 1000m afdalen. Aan het eind van het dal ligt de prachtige Aiguille des Glaciers, ruim 3800m hoog.

Refuge des Mottets – Col de la Seigne – Courmayeur

We staan gezamenlijk op met iedereen en hebben ook een gezamenlijk ontbijt in de eetzaal. We gaan op pad, maar na een half uur kom ik er achter dat ik mijn pet vergeten ben. Onmisbaar op deze hoogte en met deze zonneschijn, dus ik moet terug. Mijn vader blijft wachten. Men kijkt me een beetje vreemd aan als ik eerst naar beneden ren en vervolgens weer omhoog ren.

De klim naar Col de la Seigne begint direct vanuit de hut en is lang. De hut ligt rond de 1800m hoogte, de Col de la Seigne op 2500m. De Col de la Seigne markeert de grens tussen Frankrijk en Italie. We lopen ieder ons eigen tempo op het relatief drukke pad. De drukte is uiteraard ontstaan door het feit dat iedereen min of meer tegelijk is vertrokken. De klim naar Seigne is verder weinig bijzonder. Lang, niet listig, op het zuiden gericht en dus warm wanneer de zon schijnt. Op de top is een plateautje waar velen kiezen voor wat rust. In de afdaling komen we langs Casermetta di Val Veny. Hier staat een webcam gericht op een sneeuwvlek die wij het gehele jaar in de gaten hebben gehouden. De sneeuwvlek blijkt immens te zijn (september 2013), haast een gletsjer. In de jaren hierna is deze overigens volledig verdwenen, waarbij deze zelfs al begin juni 2015 al weg was.

De Casermetta lijkt een berghut, maar is dit niet. Het is een oude grenspost van het Italiaanse leger tegen smokkelaars. Deze is ooit verwoest door een lawine en is opnieuw opgetrokken. Binnenin vind je verkoeling en wat kunstwerken, maar verder niets. We dalen verder af, het Val Veny in, richting Courmayeur. Het Mont Blanc massief zien we nu vanuit het zuidoosten, een richting die ik nog nooit had gezien. Veel gletsjers en groene alpenhoogten en stilaan meer bos. We lunchen bij Rifugio Elisabetta (2195m, geopend van 1 juni tot 27 september), prachtig gelegen op de zuidelijke morene van de oostelijke gletsjer van de Aiguille des Glaciers. Het voordeel van een Italiaanse hut is meteen daar: het eten is hier meer dan prima.

Het Val Veny is prachtig, woest en vol met gletsjers vanuit het Mont Blanc gebied. Vroeger stroomden hier 5 gletsjers het dal in. Inmiddels zijn deze allemaal zo ver teruggetrokken dat ze niet meer in het dal komen. Het dal is ook lang, kilometerslang strekt het zich uit langs een ruige bergrivier, het begin van de Dora Baltea, welke later een belangrijke bijdrage levert aan de Po. Ook in dit dal zijn 2 keuzes te maken: rechtsom, over de bergen en vervolgens afdalen naar Courmayeur, of linksom de rivier blijven volgen. Gezien wij kamperen wanneer dat kan, gaan we linksom naar de camping in het dal en besluiten we de hoger gelegen route te mijden. Op deze camping is het overigens vermeldenswaardig dat het restaurant hier gesloten is vanaf begin september. Geen pizza dus.

Courmayeur – Rifugio Elena

De volgende ochtend moet mijn vader afhaken, vanwege verregaande blaarvorming. De vellen hangen er letterlijk langs en het bloed staat in de schoenen. Hij had er eerdere dagen al last van gehad, maar kan nu echt niet meer lopen. Ik besluit toch verder te gaan en ga via Courmayeur naar Rifugio Elena. Onderweg praat ik een tijdje met een Spaanse berggids die ik tezamen met zijn gasten onderweg inhaal. Altijd leuk, dit soort spontane ontmoetingen en zeker iets wat er absoluut bij hoort in de bergen. We zien een groepje mannen die de TMB in omgekeerde volgorde doen, op een mountainbike. Leuk initiatief, maar ik heb zelden iemand zo krom op zijn fiets zien zitten. Een van de mannen in kwestie is in 300m tijd minimaal 4x van zijn fietst gestuitert, en bepaald niet zachtzinnig. Als een ware wielrenner klom hij keer op keer terug op zijn fiets, al gutste het bloed uit zijn ellebogen en knieen.

De klim leidt eerst naar Rifugio Bonatti. Deze besluit ik integraal te negeren. Ik ben poepiefit, hoef met niemand rekening te houden en ga als een speer de berg op. Een deel van mijn bagage heb ik afgegeven aan mijn vader, die met het openbaar vervoer richting de auto gaat en mij een aantal dagen later op zal wachten. Dit verhoogt mijn tempo aanzienlijk. Links van mij ontvouwt de Mont Blanc en de Grandes Jorasses zich in volle glorie. Vandaag wordt een makkie in het Italiaanse Val Ferret. Het blijkt ook nog eens 1 van de mooiste etappes te zijn (en 1 van de slechtst gemarkeerde). Na de aanvankelijke snelle stijging vlakt de route uit. Onder dreiging van een onweersbui besluit ik er nog een aantal tandjes bij te zetten en bereik ik al snel Rifugio Elena (2061m), via een bos, een afdaling en een laatste klimmetje. Je kunt deze hut overigens ook vrijwel in zijn geheel bereiken met het openbaar vervoer.

Rifugio Elena is gelegen op de Col de Ferret. Niet op de top, maar min of meer halverwege. Tegenover de hut ligt de gletsjer Pre-de-Bard, die vrijwel geheel verdwenen is.

Update 2018: de gletsjer is nog zeker 500m verder teruggetrokken.

Het verhaal van de hut is bijzonder: hier woonde vroeger een meisje, met haar vader. Ze hoedden vee op de alpenweiden. Ze wist niets van de rijkdom van het landschap waar ze leefde, maar ze was gezegend met de twinkeling van de sterren en het zilveren licht van de maan, wat er voor zorgt dat ijs verandert in iets kostbaars. Op een dag wordt het meisje ziek en na enkele dagen in bed overlijdt ze. Alles werd gedempt: de pieken waren niet langer helder en de dauw op het gras weerspiegelden niet langer het licht. Feitelijk was er niets veranderd in het dal: het waren de tranen in de ogen van de vader die het licht verstrooiden. Hij heeft de berg verlaten, maar heeft de hut die hun woning was niet vernoemd naar een koningin, maar naar de prinses van zijn hart; Elena, zijn kleine meisje.

Binnen in de hut brandt een houtvuur en er is plaats voor 66 personen. Hier ontmoet ik voor de 3e keer de man die mijn vader en ik “de Engelsman” noemen, Steve genaamd. Ik had hem sinds Mottets niet meer gezien, maar hij slaapt in het bed onder mij. In de hut heerst de sfeer zoals het hoort in een berghut. Ik word opgenomen bij mensen aan tafel, krijg een zakje chips in de handen gedrukt en mag gezellig met een aantal Amerikaanse toeristen aan de babbel.

Rifugio Elena – Col Ferret (2490m) – Champex

Vandaag wordt voor mij wellicht de langste dag. Ik heb met mijn vader afgesproken hem vandaag te ontmoeten in Champex, een behoorlijk stukje stekkeren vanuit Rifugio Elena. Ik pak al mijn spulletjes in, neem een snel ontbijt en ben als eerste uit de hut. Het is bewolkt en nog vrijwel donker. Binnen 45 minuten sta ik op de top, waar niets te zien is vanwege de bewolking. Snel ga ik verder, afdalend naar het Val Ferret aan Zwitserse zijde. De afdaling loopt lekker en door de verwaaide wolkenflarden zie ik vlekken sneeuw om me heen en in de verte hoor ik een kudde schapen. Ik maak een kort praatje met de herder, maar besluit dit snel te staken. Zijn Frans is Zwitser-Frans en ik kan er maar weinig van brouwen. Het Val Ferret is lang en vrij vlak. Het is ook ruig, met een behoorlijke rivier en een mooi uitzicht op de gletsjers komende van de westzijde, de kant van het Mont Blanc-massief. Ik passeer een camping die we vooraf hadden geidentificeerd als mogelijke overnachtingsplek, maar die heb ik nu niet nodig. Na enkele uren lopen wordt het zwaar: ik zit al boven de 20km voor vandaag en ben er nog lang niet. Ik krijg morele steun van een Spanjaard. Erg leuk, erg gezellig en een goede ondersteuning. Ik wil niet voor hem onderdoen, maar man-man-man: wat heeft die een conditie. Hij blijkt 1,5 uur later vertrokken te zijn dan ik en had me dus behoorlijk snel bijgehaald. Samen maken we de laatste klim naar Champex. We hebben het er samen over dat als er een etappe uit de TMB gehaald kan worden, dat het dit stuk is. In Champex heb ik vandaag meer dan 30km afstand afgelegd. Maar het aankomen op de camping was fantastisch: ik tref daar een opgezette tent, mijn vader, een koud flesje cola, wat chips en Mathieu, de fietskoerier uit Parijs die heimelijk naar Sydney wil verhuizen om daar fietskoerier te worden.

Champex – Fenetre d’Arpette (2665m)

Hoe deze etappe te omschrijven? Magisch. De Fenetre d’Arpette en de route er naar toe en er vandaan behoren tot de mooiste dingen die ik heb gedaan in mijn leven. Ik vertrek vroeg, in een gezapige miezerregen. Het begin van de route laat aan markering wat te wensen over, maar al snel blijkt dat ik goed loop. Ik kijk niet vaak op de kaart vanwege de regen, maar had vooraf enkele herkenningspunten bepaald. Ik doorkruis een alpenweide met daarin een flinke kudde koeien en stieren. Links en rechts torenen de bergen boven me uit. Ik heb een beetje schrik dat het boven wellicht zal sneeuwen, maar deze angst blijkt ongegrond te zijn. Ik doorkruis een buitengewoon woest dal, met vele rotsblokken, kleine boompjes, gekruld struikgewas en ben continu op zoek naar gemzen en steenbokken. Ik zie ze niet, maar dit is absoluut hun gebied. De route is weer goed aangegeven en gaat uiteraard omhoog. Champex ligt op zo’n 1600m en ik moet dus een dikke 1000m klimmen vandaag. Het gaat goed, ik ben fit en heb er zin in. De klim is wel lang maar de regen wordt minder en af en toe zie ik wat blauwe lucht en verdwaalde sneeuwplekken in de schaduw. De laatste 150-200 hoogtemeters zijn pure blokkenvelden en het is koud. Er valt wel degelijk af en toe een vlokje natte sneeuw, maar niets noemenswaardig. Met een blik terug over de blokkenvelden en het ruige dal steek ik de pas door. Fenetre is Frans voor “venster”. En dat is inderdaad wat het is. Er ontvouwt zich een panorama met een diep dal, een gletsjer op links en wat pieken in de verte. In de afdaling glij ik een aantal keer lelijk uit, doordat het door de regen glad is geworden. Niets ernstigs, maar ik baal er van dat ik zoveel schoonheid niet met mijn vader kan delen. Ik was van plan om vandaag de hele route af te maken, inclusief het saaie stuk. Ik besluit het laatste stuk over te slaan: ik ontmoet mijn vader op de parkeerplaats en heb er geen enkele moeite dat ik de laatste etappe niet zal nemen.

Update 2018: afgelopen september 2017 heb ik de Arpette gedaan terwijl het sneeuwde. 20cm sneeuw was mijn deel. Dat is geen aanrader: als ik de weg niet had gekend had ik geen idee gehad waar ik naar toe moest. De blokkenvelden waren levensgevaarlijk. Check dit goed voor je vertrekt en wees niet zo eigenwijs als ik. Het kon zomaar anders aflopen!

Col de l’Iseran

Webcam Col de l’Iseran, http://www.lechardonvaldisere.com/webcam/image.jpg
Feiten
»Van: Bourg Saint Maurice (Fr) naar Bonneval sur Arc (Fr)
»Hoogte: 2770m
»Winterafsluiting: ja
»Stijgingspercentage: 11%
» Lengte: 43km

De Col de l’Iseran is een indrukwekkende bergpas in het Franse departement Savoie. Volgens velen begint de pas in Val d’Isère, maar eigenlijk begint de pas al in Bourg Saint Maurice – zeker als je fietst. Aan de zuidzijde loopt de pas naar het historische dorpje Bonnevalle-sur-Arc. De Iseran is zeer populair bij wielrenners en motorrijders vanwege de hoogte, bochten en de bekendheid uit de Tour de France. Met een hoogte van 2770m is de Col de l’Iseran de hoogste geasfalteerde bergpas van Frankrijk.
De Col de l’Iseran is in de winter afgesloten (oktober-mei) en maakt dan deel uit van het skigebied van Val d’Isère en Tignes.

Bourg Saint Maurice-Col de l’Iseran

Op een hoogte van iets minder dan 1000m begint de pasweg richting de Col de l’Iseran. De weg loopt door het dal en loopt slechts zeer geleidelijk op tot Viclaire. Hier komen de eerste serieuze bochten in de weg: een combinatie van 2 dubbele haarspeldbochten. Tussen deze bochten ligt het wintersportgebied Sainte Foy de Tarentaise. Na de laatste combinatie loopt de weg ongeveer 80m boven de rivier en is de 1000m al ruim bereikt. De weg loopt evenwijdig aan de rivier door en bereikt op 1800m hoogte Barrage de Tignes. Onder het stuwmeer van Tignes ligt het oude dorp Tignes. Het dorp is echter verplaatst naar boven en doet nu vooral dienst als skigebied.
Na enkele kilometers wordt Val d’Isère bereikt. Hier begint het echte klimwerk, hoewel de eerste helft er al op zit. Na het dorp loopt de weg een paar kilometer naar het oosten, naar La Formet. Vlak na La Formet wordt de 2000m hoogte bereikt. Hier volgt een lange bocht naar rechts (Saint Charles) en is een grote parkeerplaats. Vanaf deze parkeerplaats kun je naar Italië lopen of andere dagtochten maken. Na 4 haarspeldbochten draait de weg rondom de berg en is er weer zicht op Val d’Isère, diep in het dal. Na enkele kilometers gaat de weg scherp naar links en is de 2400m bereikt. Vanaf hier ligt vaak nog sneeuw in de zomer. Via een laatste serie bochten wordt de top van de Col bereikt. Er is hier uiteraard een parkeerplaats, maar ook een restaurant en winkeltje. Iets verderop ligt het zomerskigebied van Val d’Isère.

Col de l’Iseran-Bonnevalle sur Arc

De afdaling biedt spectaculaire vergezichten en loopt goed. Er zit 1 haarspeldbocht vlak onder de bocht, maar verder zijn het voornamelijk lange doordraaiers (op nog 4 andere haarspeldbochten na). Er zijn enkele parkeerplekken te vinden langs de weg, omdat dit een populair wandelgebied is. Je blijft hier vrijwel continu boven de boomgrens en aan de zuidzijde heb je een prachtig uitzicht op de gletsjers aan de overzijde. Bij de 3 haarspeldbocht in de afdaling staat een boerenschuur en loopt de wilde rivier door het vrij vlakke dal. Via 2 laatste haarspeldbochten bereik je het prachtige historische dorp Bonneval sur Arc.Ook binnen OutdoorSpecial.nl:
Tignes
Val d’Isère
Bourg Saint Maurice
Chambéry
Aix-les-Bains
Courchevel
Albertville
Nationaal Park de la Vanoise
Saint Jean de Maurienne


Bergpassen in de Alpen weergeven op een grotere kaart

Col du Tourmalet

Col du Tourmalet, foto van WikiCommons
Feiten
»Van: Sainte Marie de Campan(Fr) naar Luz-Saint-Sauveur (Fr)
»Hoogte: 2115m
»Winterafsluiting: ja
»Stijgingspercentage: 7.4%
» Lengte: 36km

De Col du Tourmalet is één van de bekendste bergpassen van de Pyreneeën en steevast onderdeel van de Tour de France. Niet zelden is de Tourmalet de scherprechter in de Tour, en ook voor de toerist is de col een flinke uitdaging.
De Col is populair om te kruisen, zowel per auto als per motor, fiets of camper. In de winter is de Tourmalet afgesloten en maakt het deel uit van het grootste skigebied van de Pyreneeën: Barèges-La Mongie. Vanaf de top van de Tourmalet is via een zijweggetje het ruimte-observatorium Pic du Midi de Bigorre (2877m)te bereiken.

Sainte Marie de Campan-Col du Tourmalet

Op een hoogte van bijna 900m ligt aan de voet van de Tourmalet het dorp Sainte Marie de Campan. Hier komt de D935 uit op de D918: linksaf gaat de weg naar de Col d’Aspin, rechtsaf naar de Tourmalet. De aanloop is vrij vlak: het dal vervolgt min of meer zijn weg, waardoor het stijgingspercentage beperkt blijft tot nog geen 5%. Vanaf het buurtschap Gripp begint de klim echt: het wordt steiler en bochtiger. Na enkele kilometers wordt het skigebied La Mongie bereikt. De klim is nu voor ongeveer 2/3 deel achter de rug. Vanaf La Mongie is er geen beschutting meer van het bos: de route loopt over open vlaktes. Via enkele haarspeldbochten wordt de top bereikt. Op de top is een restaurant te vinden, welke zeer populair is bij wielrenners.

Col du Tourmalet – Luz-Saint-Sauveur

De afdaling is spectaculairder: vlak na het bereiken van de top ligt een scherpe haarspeldbocht, waarmee de weg zich over de flank van de berg slingert. Over een immense puinwaaier buigt de weg af naar links, om een paar honderd meter verderop een volgende haarspeldbocht te vinden. De eerste kilometers blijven zeer bochtig, met nauwelijks een meter rechte weg. Pas na enkele kilometers strekt het asfalt zich voor langere tijd uit en is er rust te vinden, hetzij in de auto, hetzij in/op een ander voertuig.
Vanaf Barèges rijdt je het bos weer in en is de zuidelijke kant van de berg beschut door de bomen. Vlak na Barèges liggen vier compacte haarspeldbochten. Na de laatste haarspeldbocht is het een vrijwel rechte lijn tot aan Luz-Saint-Sauveur.

Grandes Jorasses – Haute Savoie – Frankrijk

Grandes Jorasses, gezien vanaf Italië
Grandes Jorasses, gezien vanaf Italië. Het hoogste punt is “Pointe Whymper”

Feiten
»Gelegen: Haute Savoie, Frankrijk
»Hoogte: 4208 meter
»Eerst beklommen door: E. Whymper
»Jaar: 24 juni 1865

De Grandes Jorasses is de verzamelnaam voor enkele pieken dicht bij elkaar, waarvan er vier boven de 4000m zijn. Een hiervan is de Aiguille de Rochefort. Deze ligt tussen de Dent de Geant en de Cole des Grand Jorasses. De Dome de Rochefort ligt op een steenworp afstand.

De meeste mensen beklimmen dan ook beide bergen tijdens dezelfde tocht. Er ligt een aantal toppen aan dezelfde lange graat, een graat die net zo uniek is als andere in de Alpen. Er zijn hogere plaatsen in de Alpen, maar deze graat is zeker een van de mooiere.

Deze graat is ook zeer goed te zien vanuit het Italiaanse Courmayeur en La Palud, zoals de foto hierboven (door mij genomen in september 2017) laat zien. De graat van de Grande Jorasse is messcherp en aan de noordzijde meer dan 70 graden steil. Die kant wordt dan ook niet vaak beklommen.

Beklimmen Grandes Jorasses

De meest eenvoudige route begint vanaf Rifugio Torino, op de grens van Italie en Frankrijk. Vanaf hier kun je relatief eenvoudig de graat opklimmen. Je kunt dan de Aiguille de Rochefort, Dent du Geant, Dome de Rochefort en de Grandes Jorasses achter elkaar beklimmen, zij het niet in een dag. De eerste 3 gaan prima op een dag, de Grandes Jorasses krijg je die dag niet meer gedaan. Toch een nacht overleven hoog in de bergen dus, als dit je ambitie is. Je kan wel een stukje afdalen naar een bivak, zodat je niet in de open lucht hoeft te overnachten.

Deze verzameling bergen geldt als technisch zeer uitdagend en enkel voor ervaren klimmers. Gidsen gaat hier 1-op-1.

Memoriam Martijn Seuren

Wie iets schrijft in Nederland over de Grandes Jorasses, kan niet om Martijn Seuren heen. Eén van de grootste klimmers van onze generatie (begin 30). Helaas is hij bij de beklimming om het leven gekomen in 2015. Van de website van Martijn Seuren:

“NKBV, 23 juli 2015 – Gisterochtend is alpinist en Expeditie-Academielid Martijn Seuren omgekomen bij een val in het Mont Blanc massief. De 32-jarige Seuren was op pad met de Zwitser Ueli Steck en nog een derde klimmer, toen hij een val van 300 meter maakte. Zijn lichaam werd geborgen in een gletsjerspleet aan de Italiaanse zijde van de graat. “

La Mure – Isère – Frankrijk

Trein boven La Mure, foto van Isere Tourisme
Trein boven La Mure, foto van Isere Tourisme. Deze trein rijdt overigens niet meer sinds 2011.

Feiten
» Gelegen: Isère, Frankrijk
» Aantal inwoners: 5200
»Hoogte: 900m (centrum)
» Bijzonderheden: gelegen op hoogvlakte, groot landbouwgebied

La Mure d’Isère is gelegen ten zuiden van Grenoble, op het Plateau Matheysin, een hoogvlakte met een hoogte rond de 900-1000m in het departement Isère. Het Plateau Matheysin ligt tussen de rivier de Drac in het zuiden en de Romanche in het noorden. De Drac buigt af naar het noorden, waardoor de Drac ook de westelijke begrenzing vormt van het gebied.

Kenmerkend aan de omgeving zijn de meren die net ten noorden van La Mure liggen: Lac de Pierre-Châtel, Lac de Pétichet, Lac de Laffrey en Lac Mort. Ten oosten van deze meren ligt Le Grand Serre, een sterk verweerde berg van meer dan 2000m hoog. De hoogste berg in de omgeving is Le Tabor de Matheysine (2389m).

La Mure ligt aan de doorgaande route van Grenoble naar Gap, de N85 (Route Napoleon). Vlak na La Mure slingert deze weg de hoogvlakte af richting de Drac. Na het oversteken van de Drac stijgt de weg omhoog naar de volgende hoogvlakte.
In de omgeving van La Mure is ruim 300km aan wandelpaden te vinden, die voor een groot deel ook toegankelijk zijn voor mountainbikers. De meren ten noorden van het dorp zijn geschikt om te zeilen en surfen. Bij de Pont de Ponsomnas kun je bungee-jumpen van een brug van 130m hoog.

Faciliteiten in La Mure

La Mure beschikt over een aantal supermarkten: net ten noorden van de stad de Intermarché en de Casino. In de stad zelf een Netto en SuperU. Verder is er een museum (Museum Matheysin) en een ziekenhuis. Aan de rand van de stad ligt Camping Champlong****.  Een overnachting voor 2 personen en auto kost in het hoogseizoen €24 per nacht. De camping heeft een zwembad en 73 staanplaatsen.

La Berarde – poort naar des Ecrins

Barre des Ecrins vanuit La Berarde, foto van Wikimedia
Feiten
» Gelegen: Isère, Frankrijk
» Aantal inwoners:
» 100 Hoogte: 1710m (centrum)
» Bijzonderheden: Onderdeel van St. Christophe en Oisans, aan het eind van het Val de Veneon (Nationaal Park des ÉCrins)

La Berarde is gelegen in het Franse departement Isère, in het oosten van Frankrijk. La Berarde is onderdeel van de gemeente St. Christophe en Oisans, aan de noordkant van het Nationaal Park des Écrins.
Deze omgeving geldt als één van de ruigste van de Alpen, met 45 bergtoppen die hoger zijn dan 3500m. De Barre des Écrins steekt met zijn 4102m het hoogst boven de omgeving uit. Ook andere bekende pieken als La Meije (3982m) en Ailefroide (3953m) zijn vanuit La Berarde te benaderen. Het gebied is dan ook zeer populair bij klimmers: er zijn ook nog 5 geschikte locaties voor rotsklimmen. Ook is er nog 200km aan wandelroutes gemarkeerd en is er de mogelijkheid om te raften of kanoën. In de winter is het dal bedolven onder de sneeuw en het domein voor off-piste skiërs en sneeuwschoenwandelaars.

De weg naar La Berarde is spectaculair, maar smal. Vanaf Le Clapier gaat de weg omhoog. In principe een eenvoudige weg, maar het wordt steeds smaller. Vanaf Camping Les Fétoules slingeren 5 haarspeldbochten omhoog. Daarna is het weer gedaan met de haarspeldbochten. De weg volgt een mooie bergrivier, tot aan de parkeerplaats in La Berarde.

Campings in La Berarde

In La Berarde zijn twee campings te vinden. Camping Municipal (***) en Camping Les Fétoules (*). Camping Municipal heeft 165 plaatsen en een overnachting met 2 personen, een tent en auto kost 12.80 EUR. Een douchemuntje kost 1 EUR. Camping Les Fétoules heeft 30 plaatsen en kost 11.30 EUR, douchen is inbegrepen. Ook zijn er enkele hotels/chambre d´Hôtes te vinden: La Cordée, La Table du Chritolet, Le Vallon en Le Champ de Pin. Houd er wel rekening mee dat de laatste drie uitsluitend in de zomermaanden geopend zijn (meestal van mei tot september).
Rafting Val du Veneon

Nationaal Park Mercantour


Feiten
»Gelegen: Alpes-Maritimes, Frankrijk
»Oppervlakte: 685km2
»Maximale hoogte: 3051m (Mont Pelat)
»Bijzonderheden:
-Het Nationaal Park du Mercantour trekt 800.000 bezoekers per jaar.

 

 

 

 

Tussen Nice en de Italiaanse grens en richting Briancon ligt Nationaal Park Mercantour, een hooggebergte-park welke meer dan een miljoen toeristen per jaar trekt. Mercantour heeft meerdere pieken die richting de 3000 meter gaan en 2 pieken die de 3000 meter overschrijden: Mont Pelat (3051m) en Mont Clapier (3045m). Mont Clapier is de meest zuidelijk gelegen berg in de Alpen die hoger is dan 3000m hoogte. In de Mercantour ligt ook de Col de la Bonnette, de hoogst berijdbare weg van Europa.
Het park bestaat uit 7 onbewoonde dalen waaronder het dal van de Verdon. Het grootste deel van het park ligt boven de boomgrens en biedt prachtige vergezichten met kleine meertjes en vlekken van eeuwige sneeuw. De blauwe meren stralen rust uit en weerspiegelen de ruige omgeving. Er komen nog berggeiten, gemzen en steenbokken voor die bijna niet te ontlopen zijn. Ook komen hier (weer) wolven voor, alsook bergmarmotten.
Er zijn voldoende gemarkeerde routes (zowel om te wandelen als voor tourskien) en een groot aantal berghutten. De beschermde oppervlakte bedraagt ongeveer 700 km2.

Officiele website van NP Mercantour
Nationaal Park de la Vanoise
Nationaal Park des Écrins