IPCC rapport 2018: wat betekent opwarming voor de Alpen?

De winter van 2018 (van november 2017 tot april 2018) was een zeer neerslagrijke winter. De lente en zomer van 2018 waren echter zeer warm en ook de herfst is tot nu toe zeer zacht en bovenal droog.
Afgelopen maandag is het nieuwste IPCC-rapport over de opwarming van de aarde gepresenteerd. Volgens dit rapport lijkt het erop dat dit jaar geen uitzondering zal zijn in de toekomst. De temperaturen lopen op, al is het schijnbaar lastiger om te voorspellen wat dit met de neerslag doet: er is een grotere kans op afwijkingen (zowel droogte als extreme neerslag), maar waar dit op gaat treden en in welke frequentie is niet te zeggen.
Maar waarom is dit een probleem? Wel nu, dat is een probleem vanwege meerdere factoren:
Ten eerste in de Alpen zelf. De grote gletsjers dienen als koelkast. Dit effect is weliswaar minder groot dan bij de grote ijskappen, maar een ieder die wel eens in de buurt van een gletsjer is geweest voelt het verschil. Ik heb dit zelf vorig jaar nog eens ervaren bij de Argentiere-gletsjer: zodra je de bocht om komt en naar de gletsjer loopt begint het te waaien en daalt de temperatuur scherp. Van korte broek naar trui in honderd meter, zonder dat je stijgt in hoogte. Doordat de gletsjers korter en minder volumineus worden, zal ook dit koelende effect minder groot worden.
Ten tweede wederom in de Alpen zelf: een warmer klimaat betekent een stijgende vorstgrens. Meer bergen worden instabiel, doordat de bodem waarin rotsen zijn vastgevroren smelten. Hierdoor kunnen hele bergwanden instabiel worden. Dit was vorig jaar te zien in Zwitserland (Triftgletsjer en Bondo) en in eerdere jaren op de Matterhorn en Mont Blanc (en vele andere bergen). Dit bedreigt hele dalen en een belangrijke inkomstenbron: toerisme.
Een derde effect is het feit dat de Alpen (maar ook andere berggebieden) minder sneeuwzeker worden. Dit is met name een bedreiging voor het toerisme.
Een laatste effect is het effect op onze watertoevoer: de Rijn wordt gevoed door smeltwater van de gletsjers. Met name in het voorjaar stroomt er veel water van de hellingen af en zien we traditioneel de hoogste waterstanden. Later in het najaar is vrijwel alle sneeuw gesmolten en is het enkel nog de gletsjers en eventuele regenval die de waterstanden op peil houdt.
Echter, als er minder sneeuw valt zien we twee effecten: 1. Er is minder sneeuw om te smelten in het voorjaar, waardoor er minder water door de rivier stroomt. Dit is niet per se een nadeel. 2. De grens waarop geen sneeuw meer ligt in de zomer wordt eerder in het seizoen bereikt. Hierdoor is het mogelijk dat er reeds in augustus al sprake is van het nauwelijks nog smelten van sneeuw en ijs, simpelweg omdat het er niet meer ligt. Wanneer in de herfst het weer koeler wordt, bevriezen ook de gletsjers weer gedeeltelijk. Eerst hoog op de berg, later ook op de hanggletsjers. Dit kan zorgen voor nauwelijks nog afvoer van water en bij ons dus lage waterstanden. Dit kan problematisch zijn voor de scheepvaart en het op peil houden van de waterstanden in het westen door verzilting.
Belangrijk is om te vermelden dat klimaatonderzoek een wetenschap is. Het is geen geloof. Er is grote consensus onder de wetenschappers in dit onderzoeksgebied. Dit neemt niet weg dat er best koelere of zelfs koudere periodes kunnen zijn en dat neerslagrijke winters en koele zomers voor kunnen komen.

Leave a Reply