Klimaatverandering in de Alpen

Algemene staat van de Alpen

Meer en meer mensen maken gebruik van de mogelijkheden die het hooggebergte biedt. Denk aan raften, klimmen, canyoning en wintersport. Vooral voor wintersport worden er grote aanpassingen gedaan in het landschap: het bouwen van hutten, het aanleggen van skipistes en de constructie van skiliften. Het maakt de bergen toegankelijker, maar ook minder uitdagend, puur en mooi. Je bent geen pionier meer als je een berg beklimt.
Uiteraard heeft dit ook zijn positieve kanten: het is veiliger geworden in de bergen. Je kunt tegenwoordig gered worden door helikopters (hoewel er zelfs in 2017 nog flinke gebieden zijn zonder dekking in het hooggebergte), of door de bergreddingsbrigades en bent niet meer afhankelijk van een hospice boven op een bergpas. Aan de andere kant is de afstand tussen berghutten relatief klein, waardoor mensen wellicht onvoorzichtiger worden en in slechtere conditie de bergen in gaan.
Bij slecht weer, bijvoorbeeld mist of sneeuw kan een hut echter ver weg zijn en het leuke sneeuwveldje je net nog sneeuwballen gooide een verraderlijke gladheid waar het plotseling spannender kan worden dan je lief is.
Men slaat adviezen van de lokale bevolking in de wind of informeert er zelfs niet naar, huurt geen gids in en kijkt nauwelijks naar de weersverwachting. Daarbij gooit men peuken, blikjes en plastic soms achteloos op de grond en past men het volume waarop men praat niet aan op de stille omgeving. Of zoals ik begin september 2017 merkte: men heeft fijne bluetooth-speakers zodat de hele wandelgroep mee kan genieten van de muziek. Lees verder Klimaatverandering in de Alpen

Kouder naarmate de hoogte toeneemt

Lees ook de artikelen: Het weer in de bergen, Hoe snel smelt sneeuw en Frostbite

Zoals de meeste mensen wel weten, wordt het kouder naarmate de hoogte toeneemt. Zo is het op een berg van 3000m hoogte gemiddeld kouder dan op 2000m hoogte, maar warmer dan op 4000m hoogte. Maar waarom eigenlijk, en hoeveel scheelt het dan?

De tweede vraag is het gemakkelijkst te beantwoorden: de stelregel is dat het 6 graden kouder wordt met iedere 1000m stijgen, ofwel 0,6°C per 100m. In uitzonderlijke gevallen scheelt het meer dan 1.5°C per 100m, in sommige gevallen (in een inversie, zie ook: Het weer in de bergen) loopt de temperatuur op naarmate men hoger komt.

Maar waarom wordt het kouder als de hoogte toeneemt?

De eerste vraag is iets moeilijker te beantwoorden, want er zijn meerdere dingen die een rol spelen. Het gaat om de volgende aspecten:
– Uitzetten van lucht
– Schaduw
– Droge lucht
– Sneeuwbedekking

Grafische weergave van temperatuursverval met de hoogte
Vertaling van EASA Part 66, module 81: https://www.slideshare.net/soulstalker/easa-part66-module-81-physics-of-the-atmosphere

Het eerste aspect is meteen het belangrijkste aspect: op zeeniveau heerst een druk van (afgerond) 1000hpa. Met iedere meter die je stijgt, neemt de luchtdruk af. Op 1500m hoogte is de luchtdruk nog maar ongeveer 850hpa. Dit betekent dat er in 1m3 lucht minder moleculen zitten: de dichtheid is kleiner. Stel nu dat er 100 eenheden warmte zaten in de lucht op zeeniveau en het luchtpakketje naar 1500m gebracht wordt. Deze 100 eenheden warmte krijgen meer ruimte om te bewegen, want de druk is lager. Er komt meer ruimte tussen de warmte-eenheden, waardoor er minder in 1m3 passen. Gevolg: het is kouder.
Het tweede aspect is schaduw. Wat we vaak zien in de bergen, met name in de herfst en winter, is dat de zon er lang over doet om boven de bergtoppen uit te komen. Dit betekent dat het dus ook langer duurt voordat de zonnestralen de bodem van het dal bereiken en deze gebieden langer in de schaduw van de bergen liggen. ´s Avonds zakt de zon vroeg weg achter de bergen, waardoor het afkoelen al snel begint.
Een derde aandachtspunt is droge lucht. De lucht hogerop in de atmosfeer is vaak erg droog. Droge lucht koelt veel sneller af dan vochtige lucht, waardoor de temperaturen hoog in de bergen snel kunnen dalen wanneer de zon verdwijnt. Hetzelfde verschijnsel doet zich voor wanneer je aan het wandelen of klimmen bent in de volle zon en daarna de schaduw in stapt. Door de droge lucht voelt het al snel heel koud aan en verdampt je zweet razendsnel.

Een gevolg van de hiervoor genoemde punten is een grotere sneeuwbedekking op grotere hoogte, totdat er zelfs gletsjers ontstaan. Deze massa´s van sneeuw en ijs zijn van zichzelf uiteraard al koud. De witte sneeuw weerkaatst veel zonlicht en het smelten van ijs en sneeuw onttrekt veel warmte aan de lucht. Hierdoor houd een gletsjer zichzelf gedeeltelijk in stand. Wanneer de zon wegzakt achter de bergen gaat dit proces door: het ijs blijft een tijdje smelten en doet de temperatuur dalen. De witte vlakt straalt veel energie uit, waardoor de temperatuur snel daalt.

Lees ook de artikelen: Het weer in de bergen en Frostbite

Uitzonderlijke situaties

Enkele jaren geleden (4 september 2009) sliep ik buiten, op 2510m hoogte bovenin het Val d´Hérens. Volgens de weersverwachting zou het vorstniveau op 2300m liggen en zou er een centimetertje sneeuw kunnen vallen. Vroeg in de avond viel er inderdaad een sneeuwbui, maar even later klaarde het weer op, voor de rest van de nacht. In de ochtend was het -5.9°C (om 07:15). Om 10 uur kwam de zon pas over de bergkam heen, waardoor de temperatuur eindelijk boven nul kwam: het was tot op dat moment niet warmer geworden dan -4.4°C.

De volgende dag stond ik op een camping in Saas Grund, waar het helemaal helder was. In het dal was het ongeveer 20°C, maar zodra de zon onderging werd het snel koud. De volgende ochtend was de tent stijf bevroren, evenals de auto´s rondom ons heen. Bij onze wandeltocht van en naar Hohsaas kwamen we bevroren watervallen tegen, tot een hoogte van 2600m. De ervaring heeft mij geleerd dat het hard moet vriezen om een waterval te doen bevriezen. Dus wat is er nu gebeurd? Door de lage temperaturen vroeg in de avond kwam het smeltproces van de gletsjers en sneeuwvelden die avond tot stilstand. Hierdoor kwam het water in de riviertjes stil te staan, waardoor ze makkelijk konden bevriezen. De volgende ochtend werd het weer warm, waardoor het water weer begon te stromen.

Toen ik als kind in Apeldoorn woonde wist ik het al: als er bij ons natte sneeuw viel, dan sneeuwde het op de nabij gelegen Veluwe. Ik pakte mijn fiets en fietste naar Hoog Soeren. Meer dan eens heb ik meegemaakt dat er daar sneeuw viel en bleef liggen, terwijl het in Apeldoorn bij natte flatsen bleef. Het hoogteverschil is slechts 80m, maar in sommige gevallen is dat genoeg.

Gouden regels in de bergen

In de bergen of tijdens actieve (buiten)sporten geldt er altijd een aantal regels, waaraan je geacht wordt je te houden. Dit voor je eigen veiligheid, de veiligheid van anderen en het behoud van natuur, milieu en plezier.

1. Ga bij twijfel over de weerscondities NOOIT de bergen in.
2. Ga bij twijfel over je eigen conditie of die van anderen niet de bergen in.
3. Zorg dat je een basiskennis meteorologie hebt. Maw. zorg dat je enigszins weet wat voor weer er kan komen de aankomende 12 uur.
4. Check altijd omstandigheden bij de lokale bevolking.
5. Zorg dat je uitrusting compleet is.
6. Prent de route in je hoofd.
7. Blijf bij plotseling opkomende mist op de plaats waar je bent! Je raakt namelijk volkomen gedesorienteerd en zult zeker verdwalen.
8. Bij twijfel onderweg: keer terug!
9. Houd de omgeving schoon en houd het geluidsniveau beschaafd. Anderen willen ook genieten van de omgeving. Dit houdt ook in dat je hetgeen wat je mee omhoog brengt, ook weer naar beneden brengt!
10. Zorg voor voldoende eten en drinken onderweg.

Verschil tussen vorstgrens en sneeuwgrens

In veel Alpenweerberichten wordt gesproken over de vorstgrens en de sneeuwgrens. Een correcte term zou meestal zijn sneeuwvalgrens. Hierin zitten belangrijke verschillen:
1. De vorstgrens ligt altijd hoger dan de sneeuwvalgrens. Sneeuw blijft ook bij temperaturen boven nul nog sneeuw, maar verandert in natte sneeuw. In hevige neerslag kan dit verschil wel 600m zijn. Doorgaans zal het verschil 300m zijn.
2. De sneeuwvalgrens is de grens waarop de neerslag overgaat in vaste vorm: sneeuw. Eigenlijk is het andersom: het is de grens waarop vaste neerslag overgaat in vloeibare vorm. Alle neerslag, ook in de tropen, begint als sneeuw. Gedurende de val van de sneeuw smelt het vlokje. In heftige buien kan na het smelten de druppel omhoog geblazen worden en dan wordt het hagel. Hoe vaker dit proces zich herhaalt, des te groter de hagel. Bij gewone neerslag smelt het vlokje echter langzaam: van kleine vlokjes naar grotere vlokken (des te hoger de temperatuur, des te groter de vlok) en uiteindelijk natte sneeuw en regen.
Bedenk dus goed dat een zware bui in de zomer op grote hoogte zomaar tientallen centimeters sneeuw kan achterlaten. Ook in de zomer zakt de sneeuwvalgrens regelmatig onder de 3000m. Boven de 3500m valt vrijwel alle neerslag het gehele jaar door als sneeuw.
3. De sneeuwgrens kan ook de grens zijn waarop je nog sneeuw tegenkomt en het dus van eerdere momenten is blijven liggen. Deze grens is doorgaans het hoogst eind september of begin oktober. In de winter ligt de sneeuwgrens doorgaans in het dal.