Gouden regels in de bergen

In de bergen of tijdens actieve (buiten)sporten geldt er altijd een aantal regels, waaraan je geacht wordt je te houden. Dit voor je eigen veiligheid, de veiligheid van anderen en het behoud van natuur, milieu en plezier.

1. Ga bij twijfel over de weerscondities NOOIT de bergen in.
2. Ga bij twijfel over je eigen conditie of die van anderen niet de bergen in.
3. Zorg dat je een basiskennis meteorologie hebt. Maw. zorg dat je enigszins weet wat voor weer er kan komen de aankomende 12 uur.
4. Check altijd omstandigheden bij de lokale bevolking.
5. Zorg dat je uitrusting compleet is.
6. Prent de route in je hoofd.
7. Blijf bij plotseling opkomende mist op de plaats waar je bent! Je raakt namelijk volkomen gedesorienteerd en zult zeker verdwalen.
8. Bij twijfel onderweg: keer terug!
9. Houd de omgeving schoon en houd het geluidsniveau beschaafd. Anderen willen ook genieten van de omgeving. Dit houdt ook in dat je hetgeen wat je mee omhoog brengt, ook weer naar beneden brengt!
10. Zorg voor voldoende eten en drinken onderweg.

Verschil tussen vorstgrens en sneeuwgrens

In veel Alpenweerberichten wordt gesproken over de vorstgrens en de sneeuwgrens. Een correcte term zou meestal zijn sneeuwvalgrens. Hierin zitten belangrijke verschillen:
1. De vorstgrens ligt altijd hoger dan de sneeuwvalgrens. Sneeuw blijft ook bij temperaturen boven nul nog sneeuw, maar verandert in natte sneeuw. In hevige neerslag kan dit verschil wel 600m zijn. Doorgaans zal het verschil 300m zijn.
2. De sneeuwvalgrens is de grens waarop de neerslag overgaat in vaste vorm: sneeuw. Eigenlijk is het andersom: het is de grens waarop vaste neerslag overgaat in vloeibare vorm. Alle neerslag, ook in de tropen, begint als sneeuw. Gedurende de val van de sneeuw smelt het vlokje. In heftige buien kan na het smelten de druppel omhoog geblazen worden en dan wordt het hagel. Hoe vaker dit proces zich herhaalt, des te groter de hagel. Bij gewone neerslag smelt het vlokje echter langzaam: van kleine vlokjes naar grotere vlokken (des te hoger de temperatuur, des te groter de vlok) en uiteindelijk natte sneeuw en regen.
Bedenk dus goed dat een zware bui in de zomer op grote hoogte zomaar tientallen centimeters sneeuw kan achterlaten. Ook in de zomer zakt de sneeuwvalgrens regelmatig onder de 3000m. Boven de 3500m valt vrijwel alle neerslag het gehele jaar door als sneeuw.
3. De sneeuwgrens kan ook de grens zijn waarop je nog sneeuw tegenkomt en het dus van eerdere momenten is blijven liggen. Deze grens is doorgaans het hoogst eind september of begin oktober. In de winter ligt de sneeuwgrens doorgaans in het dal.