OutdoorSpecial.nl

Oxfam Novib Trailwalker

Trailwalker-Blog

Landen

De lijst met landen 

Frankrijk
Italië
Zwitserland
Oostenrijk
Noorwegen
Zweden
Lapland


Vierduizenders in de Alpen

Alle vierduizenders in de Alpen 

Mont Blanc
Mont Blanc de Courmayeur
Dufourspitze
Nordend
Zumsteinspitze
Signalkuppe/Punta Gnifetti
Dom de Mischabel
Lyskamm
Weisshorn
Täschhorn
Matterhorn
Mont Maudit
Parrotspitze
Dent Blanche
Ludwigshöhe
Nadelhorn
Corno Nero
Grand Combin
Dome du Gouter
Lenzspitze
Finsteraarhorn
Mont Blanc du Tacul
Stecknadelhorn
Castor
Zinalrothorn
Hohberghorn
Piramide Vincent
Grandes Jorasses
Alphubel
Rimpfischhorn
Aletschhorn
Strahlhorn
Dent d´Herens
Breithorn
Jungfrau
Bishorn
Aiguille Verte
Aiguilles du Diable
Aiguille Blanche de Peuterey
Mönch
Barre des Ecrins
Pollux
Schreckhorn
Obergabelhorn
Gran Paradiso
Aiguille de Bionnassay
Fiescherhorn
Piz Bernina
Lauteraarhorn
Allalinhorn


Bergpassen

Meer bergpassen 

Winterafsluitingen &
rij-omstandigheden

Col de l’Iseran, 2770m
Col du Galibier, 2645m
Nufenenpas, 2478m
Grote Sint Bernard-pas, 2469m
Furkapas, 2436m
Flüelapas, 2383m
Berninapas, 2312m
Albulapas, 2312m
Julierpas, 2284m
Kleine Sint Bernard-pas, 2188m
Grimselpas, 2165m
Col du Tourmalet, 2115m
Simplonpas, 2005m
Col de la Madeleine, 1993m
Cormet de Roselend, 1968m
Col des Saisies, 1657m
Col de la Colombière, 1613m
Col de la Ramaz, 1610m


Outdoormateriaal

De materialen 

Rugzakken
Klimschoenen & stijgijzers
Slaapzakken
Touwen
Pickels & ijsbijlen
Zaklamp


Educatief & informatief

Leerzame artikelen 

Hoogteziekte
Frostbite
Het weer in de bergen
Klimaatsverandering in de Alpen
Kouder naarmate de hoogte toeneemt
Het onststaan van gebergten
Lawineschalen
Uitleg moeilijkheidsgraden
Buitensportinstructeur worden
Hoe werkt GPS?
Gouden regels in de bergen
Hoe gedraag ik me in een hut?
Klimhallen in Nederland


Follow outdoorspecial on Twitter

Stel een vraag aan ons:

HOME > Educatief > Het weer in de bergen

Het weer in de bergen

Het weer in de bergen kan erg verraderlijk zijn. Omstandigheden veranderen razendsnel: het ene moment lijkt het bloedheet, maar zodra er wolken voor de zon schijnen kan het erg koud zijn. Een en ander hangt af van de hoogte waarop je vertoeft. Ik zal hier in het kort proberen uit te leggen wat de gevaren zijn en hoe je deze kunt herkennen. Er geldt immers: hoe sneller je een gevaar herkent, des te sneller kan je werken aan een oplossing. De grootste gevaren zijn:
-Sneeuwbuien
-Onweer
-Mist
Eerst volgt er echter een korte inleiding waarom het weer zo snel omslaat. Dit heeft te maken met twee factoren. Als eerste factor is daar de bedrieglijkheid. Doordat je niet kan zien wat er achter de volgende berg gebeurt, lijkt het erg plotseling te gaan. Opeens komt een onweersbui de achterliggende berg over, die daar echter al uren had kunnen hangen. Het tweede element heeft te maken met de opbouw van onze atmosfeer. Op een stralende zomerdag lijkt de atmosfeer rustig te zijn: het waait nauwelijks, er is geen wolkje aan de lucht. Wat je echter niet kan zien is hoe de atmosfeer zich gedraagt. Zo kan er ongemerkt een grote hoeveelheid vocht aangevoerd worden, die je niet kan zien. Zodra deze tegen een bergwand opbotst wordt deze lucht echter gedwongen te stijgen. Bij dit stijgen zet de lucht uit en koelt daardoor af. Door het afkoelen condenseert het vocht en ontstaan wolken. Door de grillige vorm van de bergwanden kan dit erg plotseling gaan en zeer heftige buien opleveren. Dit soort thermische buien ontstaat vaak bij warm en rustig weer, waarbij er voldoende vocht aanwezig is en er sprake is van een inversie.
Min of meer hetzelfde geldt voor windvlagen. De wind op grote hoogte is altijd sterker dan aan de grond Windstoten van 200km/h of meer komen op de hoogste toppen dan ook geregeld voor. Vooral de Mont Blanc, de meest westelijk gelegen en hoogste berg van de Alpen, is hier zeer vatbaar voor.

Bij warm zomerweer (maar soms ook in de winter) kan er een convergentielijn ontstaan. Deze lijn vormt een afscheiding tussen 2 soorten lucht waarop vaak buienlijnen ontstaan. De hoge bergen kunnen in het geval van een convergentielijn een extra trigger vormen, waardoor er zware buien ontstaan die lang kunnen blijven hangen. Het voordeel van een convergentielijn is dat deze vaak goed te zien zijn door de wolkenvorming en vrij aardig in te schatten zijn op voorhand, vaak in tegenstelling tot de thermische buien.


Sneeuwbuien

Wanneer de omstandigheden goed genoeg zijn om buien te laten ontstaan is het nog altijd afwachten wat voor soort bui het zal zijn. Bij zware buien zal de neerslag vaak vallen als dikke regendruppels of als hagel. Hoe zwaarder de bui, des te groter de neerslagintensiteit en de hagelstenen. Hagelstenen kunnen een gevaar vormen, regen is vaak gewoon vervelend. Het wordt pas echt vervelend als je tentje vlak naast een rivier staat...
Wanneer je hoog genoeg zit of de bovenluchten koud genoeg zijn kan de neerslag ook als sneeuw vallen. Dit gebeurt zeer regelmatig in de Alpen, ook in de zomer. Houd rekening met sneeuw boven de 2500 meter hoogte in de zuidelijke Alpen en vanaf 1800 meter in de noordelijke Alpen. Boven de 3700 meter valt vrijwel alle neerslag als sneeuw of hagel, ongeacht of je nou in de noordelijke of zuidelijk Alpen zit. Een typisch verschil in temperatuur bedraagt 6 graden per kilometer (0.6 per 100 meter), maar kan meer dan 10 graden per kilometer zijn. In de winter (voornamelijk) komt het ook voor dat het boven op de bergen juist warmer is dan in het dal. De koudste plaatsen zijn de hoog gelegen dalen, waar je dus ook de grootste kans loopt om wakker te worden met een pak sneeuw.
Wanneer je vast komt te zitten in een sneeuwbui kun je het beste beschutting zoeken. Wanneer het erg hard sneeuwt en waait, waardoor je niets meer ziet (white-out), blijf dan waar je bent en stel je zo goed mogelijk in op wat komen gaat. Probeer de drang te onderdrukken om toch door te gaan. Er zijn gevallen bekend van mensen die in de mist of sneeuw om het leven zijn gekomen, slechts enkele meters van een hut die ze bescherming had kunnen bieden.


Onweer

Een onweersbui is in het beste geval gewoon vervelend, in het slechtste geval dodelijk. Dit hangt vooral af van je omgeving en je eigen gezonde verstand. Boven op een bergtop staan met onweer is bijvoorbeeld geen goed idee. Probeer bij onweer dekking te zoeken. Als dat niet kan (op een kale berghelling bijvoorbeeld): maak je zo klein mogelijk (op je hurken zitten) en houd zo min mogelijk contact met de grond. Het voordeel van onweer is dat je het misschien niet snel aan ziet komen, maar je hoort het vaak al wel een tijd van tevoren.

Mist

Mist in de bergen is iets heel anders dan onze poldermist. Bij ons ontstaat mist door de afkoeling en verzadiging van de lucht, waardoor er een wolk aan de grond ontstaat. In de bergen bestaat mist uit echte wolken, die vaak veel dikker zijn. Het zicht kan teruglopen tot minder dan 2 meter. Vooral op een besneeuwde bodem of gletsjer kan dat gevaarlijk zijn: desorientatie is vaak het gevolg. Doe hier hetzelfde als bij sneeuw: niets. Blijf waar je bent, ga pas verder als je weer kan zien waar je bent en waar je naartoe gaat. Bedenk dat bergmist gepaard kan gaan met storm en sneeuwval en dus geen teken is van een rustig weertype, zoals hier vaak het geval is.

Inversie

Een zeer kenmerkend verschijnsel in het weer, waar ook ter wereld, zijn inversies. Een inversie wil zeggen dat in een bepaald gedeelte van de atmosfeer het temperatuursverloop precies andersom werkt. Normaliter wordt het kouder naarmate je hoger komt in de onderste laag van de atmosfeer (troposfeer tot +/- 11km).
In een inversie wordt het warmer naarmate je hoger komt. Dit zie je vooral bij windstil weer in zowel zomer als winter. Tijdens de zomer zijn het echter vooral ochtend en nacht inversies, terwijl deze in de winter altijd voor kunnen komen. Koude lucht heeft de neiging te dalen, terwijl warme lucht op wil stijgen. De koude lucht daalt tot aan de grond, terwijl de warme lucht probeert te ontsnappen. Door de koudere luchtlaag hoger in de atmosfeer zit de warme lucht echter opgesloten: een inversie ontstaat. Deze inversies zijn zelden dikker dan enkele honderden meters en zijn vooral boven grote steden een probleem door de smogvorming die er ontstaat.
In de bergen ontstaan inversies feitelijk op dezelfde wijze: aan het einde van de middag dendert er koude lucht de berghellingen af, waardoor het in het dal snel afkoelt. De bovenste luchtlaag blijft koud door de uitstraling (helder weer is vaak een kenmerk van een inversie), waardoor de warmere lucht niet meer uit het dal kan ontsnappen. Halverwege de berg vind je dan een inversie. Zie hieronder schematisch de situatie van Chamonix.

Aan het einde van de middag zakt de zon achter de bergen, waardoor de lucht afkoelt. Koude lucht is zwaarder en zal dalen.

De inversie ontstaat (afhankelijk van de omstandigheden) tussen de 1600 en 2300 meter hoogte. Op 14 december 2007 was het bijvoorbeeld -11°C in Chamonix, terwijl het op 2330m -5°C was.

Maar waarom is een inversie in de bergen van enig belang? Wanneer in het dal veel wolken ontstaan (door kachels, auto's of gewone wolkenvorming), stijgen deze op. Dankzij de inversie kunnen de wolken niet verder stijgen dan de inversiehoogte: er ontstaat smog. De inversie fungeert dus als deksel in de atmosfeer. Bij hogere inversies kunnen de ontstane schapenwolkjes zich aan elkaar rijgen tot een uitgesmeerde grijze wolkenbrij, waardoor het ook in een inversie dagen achtereen grijs kan zijn.
Wanneer een wolk zich door de typische inversie heen weet te breken ontstaan in de zomer vaak heftige buien: wanneer eenmaal het deksel van de pan is, kan een wolk zich razendsnel ontwikkelen tot een onweersbui die lang boven dezelfde plaats kan blijven hangen. De besproken inversie dient niet verward te worden met een subsidentie-inversie. Bij een subsidentie-inversie daalt de een pakketje lucht, waardoor deze opwarmt en uitdroogt. Deze warmere lucht is zeer helder, maar houdt de bewolking in de onderste laag opgesloten. Bij een zeer zachte bovenlucht kan een subsidentie-inversie toch enkele graden vorst opleveren in de winter, dankzij het dikke pakket moeilijk oplosbare bewolking net onder de inversie. Wanneer dit in onze lage landen voorkomt baden de Ardennen niet zelden in het zonlicht en noteren lente-achtige temperaturen.