Tour du Mont Blanc: veelgestelde vragen

De Tour du Mont Blanc is een prachtige meerdaagse wandeltocht die nog altijd aan populariteit wint. Vooral onder Chinezen en Amerikanen is de tocht bekend geworden en daardoor ook druk. Echter, het blijft nog altijd een leuke bezigheid. Wanneer ik het er over heb met mensen, krijg ik vaak dezelfde vragen. En gezien ik hier een aardige “outlet” heb om die vragen te beantwoorden, doe ik dat dan maar.

Read more

Tour du Mont Blanc

De Tour du Mont Blanc: een grote klassieke trektocht rondom de hoogste berg van de Alpen, door 3 landen: Frankrijk, Italië en Zwitserland. 11.000 hoogtemeters, over ongeveer 170km (over het algemeen) goed gemarkeerde wandelpaden. De beste periode om te reizen wordt online aangegeven als juni-september. Juni valt echter ten zeerste af te raden ivm. de grote hoeveelheden sneeuw die nog te vinden zijn op de route. Beter is eind juli t/m half september. In juli en augustus kan het echter erg druk zijn en het is aan te raden om dan alle hutten vooraf te reserveren. Update 2018: ook begin september is het nog noodzakelijk om vooraf te resereveren.

Een andere mogelijkheid is om niet te starten op een standaardvertrekpunt. Dit biedt echter geen garanties, dus ook nu is reserveren aan te raden. Doe dit ruim vooraf: er zijn delen langs de route waar je absoluut geen bereik hebt met je mobiele telefoon (Vallee des Glaciers bijvoorbeeld). Ook anno 2018!

Onze uitrusting bestond uit alles wat je kunt bedenken om te kamperen: een twee-persoons tentje, slaapmatjes, slaapzakken, benzine-brander, extra brandstof en maaltijden. Ook onvermijdelijke Haldex-druppeltjes om het zekere voor het onzekere te nemen met het rivierwater wat we zouden drinken. Het spreekt voor zich dat onze rugzakken dus een stuk zwaarder waren dan wanneer je een huttentocht zou maken! (Inmiddels heb ik deze tocht al 3x gemaakt overigens)

Startpunt bepalen en gaan

De Tour du Mont Blanc is, zoals de naam al suggereert, een ronde. Dit betekent dat je overal kunt beginnen. Veel mensen beginnen in Les Houches of Les Contamines-Montjoie. Er zijn verder diverse varianten, om de route al dan niet moeilijker of gemakkelijker te maken. Voor mijn Tour du Mont Blanc (TMB), die ik samen met mijn vader (58) gelopen heb in 2013, ben ik gestart op een parkeerplaats net boven Argentiere, langs de D1506 (Col des Montets). Deze parkeerplaats ligt op zo’n 1450 meter hoogte en leek ons een aardig uitgangspunt. We kwamen hier aan zo halverwege de middag en waren van plan om alvast een stukje te lopen. Dit hebben we dan ook gedaan: een redelijk steil pad leidde ons naar een hoogte van ongeveer 2000 meter. Gezien het tijdstip zijn we uitsluitend mensen tegengekomen die aan het afdalen waren: de berg was van ons.

Het was magisch: tegenover ons schitterde het Mont Blanc massief met al zijn witte pieken, groene bossen en glinsterende gletsjers. Marmotten, roofvogels en al snel kwamen we ook onze eerste steenbok tegen. Rechts van ons lagen de prachtige Lacs des Cheserys, links het dal van Chamonix. Een fantastisch begin! Onze eerste nacht hebben we wild gekampeerd bij een herdershutje. De grond was hier mooi vlak en het hutje bood wat beschutting tegen de wind, hoewel er van wind nauwelijks sprake was. Omdat ik nog niet al te handig was met mijn benzine-brander, begon het koken ietwat enthousiast met een beetje teveel benzine-druk en dus veel vlammen. De nacht was rustig, de eerste dag goed verlopen en alvast wat kilometertjes (5km) gemaakt.

Richting Les Houches

Dag 2, vroeg begonnen: de eerste volle wandeldag. Wij zijn gestart met wat koekjes en een slok Haldex-water. Altijd lekker en een duidelijk voedzaam ontbijt. We lopen een uur op vrijwel dezelfde hoogte richting de kabelbaan van “La Flegere”, waar de bekende ski-pistes van Chamonix naar beneden (en omhoog) gaan. Bij de lift hebben we ons ontbijt genuttigd, na een klein uurtje lopen. Bij La Flegere kwamen er heel wat toeristen omhoog met de kabelbaan, maar langs onze paden was het aardig rustig. Het pad blijft op dezelfde hoogte tot Planpraz, de volgende skilift.
Hier kun je prima lunchen, maar wel voor een flink tarief. Het uitzicht op de Mont Blanc en Aiguille Verte is prachtig, maar daar betaal je ook aardig voor! Een euro of 7 voor een portie friet. Om maar een voorbeeldje te noemen.
Na onze lunch lopen we verder, richting Le Brevent. De route gaat omhoog, steil, volle zon en later blokken velden. Je loopt door het natuurgebied “Aiguilles Rouges”, alwaar we al snel wederom steenbokken tegenkomen. De steenbokken zijn geweldig gecamoufleerd en jaloersmakend behendig op deze blokken velden. Ze zijn nieuwsgierig, niet schuw en moeilijk te zien op afstand. Hierna komen we bij de ladders. Voor zij die de route-gidsjes lezen en zich laten afschrikken door deze ladders: niet doen. Behendige mensen zullen ook zonder deze ladders eenvoudig boven kunnen komen en ze zijn niet erg lang.
Na deze ladders bereik je het hoogste punt van de dag, zo rond de 2500m hoogte. Vanaf hier is er een prachtig uitzicht over het Mont Blanc massief, het voorland van de Alpen en het Lac du Brevent richting het zuiden. Het onvermijdelijke zal echter moeten beginnen: de afdaling. De feiten: Le Brevent ligt op 2525m. Les Houches ligt onder de 1000m. De afdaling is dus ruim 1500m. En voor iedereen die dit vaker doet is dit bekend: Dat is een heel eind.
In eerste instantie begint de afdaling gemoedelijk, door het kale landschap. Na een kleine kilometer gaat het echter zeer steil naar beneden, tot aan Refuge Bellachat (2152m). Hier hebben wij een heerlijk colaatje genuttigd. De rest van de afdaling gaat door het bos, richting Les Houches.
In Les Houches hebben wij na een zeer lange dag (ruim 20km) onze tent neergezet op de camping in het dorp (2 sterren, goedkoop, lauwe douche).

De ladders bij Le Brevent in de Tour du Mont Blanc

Les Houches – Les Contamines Montjoie

Keuzes. Het leven bestaat uit keuzes maken. Gister hebben we feitelijk te ver gelopen, wat voor sommigen van ons een aardige aanslag was op de bovenbeenspieren – met name het afdalen.
Er zijn meerdere routes naar Les Contamines: de hoge route, via een hut ofwel een lagere route, met minder hoogte-verschil maar wel langer. We kiezen voor het laatste: minder ver afdalen, meer in het vlakke lopen.

Echter, nog een aantal tips voor het geval je zelf in Les Houches komt: de bakker zit in het dorp, de camping ligt 800 meter naar het zuiden. Je moet dus 1.6km lopen om brood mee te nemen, iets wat bijdraagt aan de toch al niet onaanzienlijke afstand van 170km. Tweede: vanuit Les Houches gaat de route na kabelbaan “Bionnassay” direct linksaf omhoog. Dit staat niet goed aangegeven op de markering. Er lopen er hier dus veel rechtdoor. Dat is leuk om te zien als je op het terras er tegenover zit en dat zelf al een keer hebt meegemaakt (zoals ik dus), maar niet als je nog kilometers af wilt leggen.

We zijn (na verkeerd gelopen te zijn), omhoog gelopen langs de skipiste, over het pad, door het bos en langs wat huizen. Dit pad is 1 van de steilste stukken van de Tour du Mont Blanc en ligt eerst in het bos, maar al vrij snel loop je volledig in de brandende zon. Vertrek dus vroeg om dit bloedhete stuk iets te veraangenamen. Op dit pad kwamen we iemand tegen die het leuk vond om op een eenwieler over mountainbike paden te rijden. Tsja.

Update 2018: het pad omhoog is nog altijd het vervelendste stuk van de Tour du Mont Blanc: het minst mooi, vreselijk steil…

Na het hete, steile stuk kom je bij een aantal berghutjes. Deze waren gesloten (begin september). Doorlopen dus voor een lunch, die we vinden bij het treinstationnetje van de Priaron-lijn. Een heerlijke tartiflette zal ons de komende uren de benodigde energie gaan leveren.
Feitelijk begint voor ons hier de afdaling (we nemen immers de lagere route), met wat ups – en downs. Moeilijk of steil wordt het nergens meer tijdens deze etappe. Uiteindelijk blijkt Les Contamines ons vandaag wel op ruim 20km te komen staan, mede door het verkeerd lopen in de ochtend. Een tip van flip: in het Parc des Loisirs vlakbij de camping van Les Contamines kun je heerlijk en zeer gezellig eten in het hoofdgebouw.

Les Contamines – Col du Bonhomme (2329m) – Col des Fours – Refuge des Mottets

Deze ochtend vertrekken we vanaf de camping in Les Contamines. Het begint ons stilaan op te vallen dat we diverse keren dezelfde mensen tegenkomen, waaronder de fietskoerier Mathieu uit Parijs met een bizarre conditie. Vanuit Les Contamines begint de route vrij eenvoudig richting Col du Bonhomme. Een prachtig stuk, wat langzaam het bos inloopt en waar het allengs steiler begint te worden, tot we uiteindelijk beseffen dat dit stuk bijna net zo steil is als het pad van gister. Na een poosje komen we bij een kerkje (uiteraard de Notre Dame genaamd). Na de kerk komen we boven de bomen uit en treffen we al rap de eerste sneeuwplekken. Schaduw is hier uiteraard niet meer en de Koperen Ploert verdeelt al zijn energie genadeloos over het prachtige landschap. Uitgestrekte alpenweides, nog een hutje met wat koude cola en weer verder.

Op de Col du Bonhomme waait het behoorlijk, wat een welkome afwisseling is op de eerdere hitte. Hier kun je kiezen: rechtdoor en afdalen naar het Val des Glaciers, of linksaf richting de Col des Fours (2664m). Als je rechtdoor gaat, moet je het volledige dal volgen om op hetzelfde punt uit te komen. Dit is op zich geen ramp: dit is wellicht het mooiste en meest indrukwekkende dal van de Alpen, onbedorven door vooruitgang. Er ligt een weg, maar die is alleen buiten de zomer te gebruiken door auto’s. In de zomer moet je hier met een (4×4) busje omhoog. Er is hier geen bereik met mobiele telefoons, geen hoogspanningsmasten, geen dorpjes: alleen schapen, steenbokken, gemzen en wandelaars. Alleen al de gedachte aan de pracht van dit dal maakt me emotioneel. Aangezien ik dit dal al eens in zijn geheel heb doorkruist onderweg naar Refuge Robert Blanc (2750m, aan de voet van de Aiguille des Glaciers), kiezen we voor de optie over de Col des Fours, het hoogste punt van de Tour du Mont Blanc.

Dit betekent dat er niet afgedaald hoeft te worden. In plaats daarvan gaan we linksaf en blijven we een hele tijd op dezelfde hoogte lopen. De route loopt langs blokkenvelden en tussen grote rotspartijen door. Dit is een goed moment om te recupereren: je legt een aardige afstand af, maar het gaat op z’n gemakje tot aan de Col de la Croix du Bonhomme. Hier staat ook het langste wandelbordje dat ik heb gezien in de Alpen: het lettertype is aangepast om op de standaardmaat te passen. Namelijk de route naar de Refuge de la Col de la Croix du Bonhomme. Een hele mond vol, maar we gaan er toch niet naar toe.

Vanaf hier begint het steiler te worden en droger. De route loopt naar het noorden, dus de zon staat pal op onze rug. Ondanks de hoogte van inmiddels ruim 2500m is het hier nu warm te noemen, vooral ook omdat de wind is gaan liggen. Bovenop de Col des Fours ligt nog een aanzienlijke hoeveelheid sneeuw. Vanaf de Col kun je nog een paar honderd meter omhoog lopen naar een uitkijkpunt. Dit is nog ongeveer 45min vanaf de Col en als je fit bent zeker de moeite waard. Wij weten echter dat het nog een heel eind is naar de hut en besluiten af te dalen.

De afdaling is een gruwel voor mensen die niet houden van afdalen over puinhellingen, maar het uitzicht is wel zo fantastisch dat dit de pijn al gauw doet verzachten. We zien nog een aantal steenbokken, hier zeldzamer dan in de Aiguilles Rouges waar we op de eerste dag doorheen liepen. Een moeder met een jong, denken we. De afdaling gaat tot 1700m (en is dus 960 meter lang). Vanaf het dal is het nog een uur naar de Refuge des Mottets. Dit is een echte Alpenhut zoals je die voorstelt: een grote capaciteit, gemeenschappelijke slaapzalen en eetzaal en een gezellig publiek met leuke tafelschikking. We genieten hier van onze welverdiende rust na wederom een dag tegen de 20km aan met 1500m stijgen en bijna 1000m afdalen. Aan het eind van het dal ligt de prachtige Aiguille des Glaciers, ruim 3800m hoog.

Refuge des Mottets – Col de la Seigne – Courmayeur

We staan gezamenlijk op met iedereen en hebben ook een gezamenlijk ontbijt in de eetzaal. We gaan op pad, maar na een half uur kom ik er achter dat ik mijn pet vergeten ben. Onmisbaar op deze hoogte en met deze zonneschijn, dus ik moet terug. Mijn vader blijft wachten. Men kijkt me een beetje vreemd aan als ik eerst naar beneden ren en vervolgens weer omhoog ren.

De klim naar Col de la Seigne begint direct vanuit de hut en is lang. De hut ligt rond de 1800m hoogte, de Col de la Seigne op 2500m. De Col de la Seigne markeert de grens tussen Frankrijk en Italie. We lopen ieder ons eigen tempo op het relatief drukke pad. De drukte is uiteraard ontstaan door het feit dat iedereen min of meer tegelijk is vertrokken. De klim naar Seigne is verder weinig bijzonder. Lang, niet listig, op het zuiden gericht en dus warm wanneer de zon schijnt. Op de top is een plateautje waar velen kiezen voor wat rust. In de afdaling komen we langs Casermetta di Val Veny. Hier staat een webcam gericht op een sneeuwvlek die wij het gehele jaar in de gaten hebben gehouden. De sneeuwvlek blijkt immens te zijn (september 2013), haast een gletsjer. In de jaren hierna is deze overigens volledig verdwenen, waarbij deze zelfs al begin juni 2015 al weg was.

De Casermetta lijkt een berghut, maar is dit niet. Het is een oude grenspost van het Italiaanse leger tegen smokkelaars. Deze is ooit verwoest door een lawine en is opnieuw opgetrokken. Binnenin vind je verkoeling en wat kunstwerken, maar verder niets. We dalen verder af, het Val Veny in, richting Courmayeur. Het Mont Blanc massief zien we nu vanuit het zuidoosten, een richting die ik nog nooit had gezien. Veel gletsjers en groene alpenhoogten en stilaan meer bos. We lunchen bij Rifugio Elisabetta (2195m, geopend van 1 juni tot 27 september), prachtig gelegen op de zuidelijke morene van de oostelijke gletsjer van de Aiguille des Glaciers. Het voordeel van een Italiaanse hut is meteen daar: het eten is hier meer dan prima.

Het Val Veny is prachtig, woest en vol met gletsjers vanuit het Mont Blanc gebied. Vroeger stroomden hier 5 gletsjers het dal in. Inmiddels zijn deze allemaal zo ver teruggetrokken dat ze niet meer in het dal komen. Het dal is ook lang, kilometerslang strekt het zich uit langs een ruige bergrivier, het begin van de Dora Baltea, welke later een belangrijke bijdrage levert aan de Po. Ook in dit dal zijn 2 keuzes te maken: rechtsom, over de bergen en vervolgens afdalen naar Courmayeur, of linksom de rivier blijven volgen. Gezien wij kamperen wanneer dat kan, gaan we linksom naar de camping in het dal en besluiten we de hoger gelegen route te mijden. Op deze camping is het overigens vermeldenswaardig dat het restaurant hier gesloten is vanaf begin september. Geen pizza dus.

Courmayeur – Rifugio Elena

De volgende ochtend moet mijn vader afhaken, vanwege verregaande blaarvorming. De vellen hangen er letterlijk langs en het bloed staat in de schoenen. Hij had er eerdere dagen al last van gehad, maar kan nu echt niet meer lopen. Ik besluit toch verder te gaan en ga via Courmayeur naar Rifugio Elena. Onderweg praat ik een tijdje met een Spaanse berggids die ik tezamen met zijn gasten onderweg inhaal. Altijd leuk, dit soort spontane ontmoetingen en zeker iets wat er absoluut bij hoort in de bergen. We zien een groepje mannen die de TMB in omgekeerde volgorde doen, op een mountainbike. Leuk initiatief, maar ik heb zelden iemand zo krom op zijn fiets zien zitten. Een van de mannen in kwestie is in 300m tijd minimaal 4x van zijn fietst gestuitert, en bepaald niet zachtzinnig. Als een ware wielrenner klom hij keer op keer terug op zijn fiets, al gutste het bloed uit zijn ellebogen en knieen.

De klim leidt eerst naar Rifugio Bonatti. Deze besluit ik integraal te negeren. Ik ben poepiefit, hoef met niemand rekening te houden en ga als een speer de berg op. Een deel van mijn bagage heb ik afgegeven aan mijn vader, die met het openbaar vervoer richting de auto gaat en mij een aantal dagen later op zal wachten. Dit verhoogt mijn tempo aanzienlijk. Links van mij ontvouwt de Mont Blanc en de Grandes Jorasses zich in volle glorie. Vandaag wordt een makkie in het Italiaanse Val Ferret. Het blijkt ook nog eens 1 van de mooiste etappes te zijn (en 1 van de slechtst gemarkeerde). Na de aanvankelijke snelle stijging vlakt de route uit. Onder dreiging van een onweersbui besluit ik er nog een aantal tandjes bij te zetten en bereik ik al snel Rifugio Elena (2061m), via een bos, een afdaling en een laatste klimmetje. Je kunt deze hut overigens ook vrijwel in zijn geheel bereiken met het openbaar vervoer.

Rifugio Elena is gelegen op de Col de Ferret. Niet op de top, maar min of meer halverwege. Tegenover de hut ligt de gletsjer Pre-de-Bard, die vrijwel geheel verdwenen is.

Update 2018: de gletsjer is nog zeker 500m verder teruggetrokken.

Het verhaal van de hut is bijzonder: hier woonde vroeger een meisje, met haar vader. Ze hoedden vee op de alpenweiden. Ze wist niets van de rijkdom van het landschap waar ze leefde, maar ze was gezegend met de twinkeling van de sterren en het zilveren licht van de maan, wat er voor zorgt dat ijs verandert in iets kostbaars. Op een dag wordt het meisje ziek en na enkele dagen in bed overlijdt ze. Alles werd gedempt: de pieken waren niet langer helder en de dauw op het gras weerspiegelden niet langer het licht. Feitelijk was er niets veranderd in het dal: het waren de tranen in de ogen van de vader die het licht verstrooiden. Hij heeft de berg verlaten, maar heeft de hut die hun woning was niet vernoemd naar een koningin, maar naar de prinses van zijn hart; Elena, zijn kleine meisje.

Binnen in de hut brandt een houtvuur en er is plaats voor 66 personen. Hier ontmoet ik voor de 3e keer de man die mijn vader en ik “de Engelsman” noemen, Steve genaamd. Ik had hem sinds Mottets niet meer gezien, maar hij slaapt in het bed onder mij. In de hut heerst de sfeer zoals het hoort in een berghut. Ik word opgenomen bij mensen aan tafel, krijg een zakje chips in de handen gedrukt en mag gezellig met een aantal Amerikaanse toeristen aan de babbel.

Rifugio Elena – Col Ferret (2490m) – Champex

Vandaag wordt voor mij wellicht de langste dag. Ik heb met mijn vader afgesproken hem vandaag te ontmoeten in Champex, een behoorlijk stukje stekkeren vanuit Rifugio Elena. Ik pak al mijn spulletjes in, neem een snel ontbijt en ben als eerste uit de hut. Het is bewolkt en nog vrijwel donker. Binnen 45 minuten sta ik op de top, waar niets te zien is vanwege de bewolking. Snel ga ik verder, afdalend naar het Val Ferret aan Zwitserse zijde. De afdaling loopt lekker en door de verwaaide wolkenflarden zie ik vlekken sneeuw om me heen en in de verte hoor ik een kudde schapen. Ik maak een kort praatje met de herder, maar besluit dit snel te staken. Zijn Frans is Zwitser-Frans en ik kan er maar weinig van brouwen. Het Val Ferret is lang en vrij vlak. Het is ook ruig, met een behoorlijke rivier en een mooi uitzicht op de gletsjers komende van de westzijde, de kant van het Mont Blanc-massief. Ik passeer een camping die we vooraf hadden geidentificeerd als mogelijke overnachtingsplek, maar die heb ik nu niet nodig. Na enkele uren lopen wordt het zwaar: ik zit al boven de 20km voor vandaag en ben er nog lang niet. Ik krijg morele steun van een Spanjaard. Erg leuk, erg gezellig en een goede ondersteuning. Ik wil niet voor hem onderdoen, maar man-man-man: wat heeft die een conditie. Hij blijkt 1,5 uur later vertrokken te zijn dan ik en had me dus behoorlijk snel bijgehaald. Samen maken we de laatste klim naar Champex. We hebben het er samen over dat als er een etappe uit de TMB gehaald kan worden, dat het dit stuk is. In Champex heb ik vandaag meer dan 30km afstand afgelegd. Maar het aankomen op de camping was fantastisch: ik tref daar een opgezette tent, mijn vader, een koud flesje cola, wat chips en Mathieu, de fietskoerier uit Parijs die heimelijk naar Sydney wil verhuizen om daar fietskoerier te worden.

Champex – Fenetre d’Arpette (2665m)

Hoe deze etappe te omschrijven? Magisch. De Fenetre d’Arpette en de route er naar toe en er vandaan behoren tot de mooiste dingen die ik heb gedaan in mijn leven. Ik vertrek vroeg, in een gezapige miezerregen. Het begin van de route laat aan markering wat te wensen over, maar al snel blijkt dat ik goed loop. Ik kijk niet vaak op de kaart vanwege de regen, maar had vooraf enkele herkenningspunten bepaald. Ik doorkruis een alpenweide met daarin een flinke kudde koeien en stieren. Links en rechts torenen de bergen boven me uit. Ik heb een beetje schrik dat het boven wellicht zal sneeuwen, maar deze angst blijkt ongegrond te zijn. Ik doorkruis een buitengewoon woest dal, met vele rotsblokken, kleine boompjes, gekruld struikgewas en ben continu op zoek naar gemzen en steenbokken. Ik zie ze niet, maar dit is absoluut hun gebied. De route is weer goed aangegeven en gaat uiteraard omhoog. Champex ligt op zo’n 1600m en ik moet dus een dikke 1000m klimmen vandaag. Het gaat goed, ik ben fit en heb er zin in. De klim is wel lang maar de regen wordt minder en af en toe zie ik wat blauwe lucht en verdwaalde sneeuwplekken in de schaduw. De laatste 150-200 hoogtemeters zijn pure blokkenvelden en het is koud. Er valt wel degelijk af en toe een vlokje natte sneeuw, maar niets noemenswaardig. Met een blik terug over de blokkenvelden en het ruige dal steek ik de pas door. Fenetre is Frans voor “venster”. En dat is inderdaad wat het is. Er ontvouwt zich een panorama met een diep dal, een gletsjer op links en wat pieken in de verte. In de afdaling glij ik een aantal keer lelijk uit, doordat het door de regen glad is geworden. Niets ernstigs, maar ik baal er van dat ik zoveel schoonheid niet met mijn vader kan delen. Ik was van plan om vandaag de hele route af te maken, inclusief het saaie stuk. Ik besluit het laatste stuk over te slaan: ik ontmoet mijn vader op de parkeerplaats en heb er geen enkele moeite dat ik de laatste etappe niet zal nemen.

Update 2018: afgelopen september 2017 heb ik de Arpette gedaan terwijl het sneeuwde. 20cm sneeuw was mijn deel. Dat is geen aanrader: als ik de weg niet had gekend had ik geen idee gehad waar ik naar toe moest. De blokkenvelden waren levensgevaarlijk. Check dit goed voor je vertrekt en wees niet zo eigenwijs als ik. Het kon zomaar anders aflopen!